Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

20 juni 2013

Nog heel even dan

Verdomd, er komt zowaar nog iets van een reactie ten gronde. Er blijkt namelijk een goede reden te zijn waarom in het door mij bekritiseerde stukje geen namen en rugnummers werden genoemd. De betreffende restaurateurs zijn namelijk bang. Bang voor represailles. Ja, echt. En dus moeten we het doen met de kreet "brand!" zonder dat we mogen horen waar dan wel. Dat schiet niet op.

Ik sprak gisteren met een bevriende Amsterdamse restaurateur (wij waren op een feestje waar wij beiden gratis eten en drinken kregen) over het geschetste fenomeen en ik vroeg hem of het nou echt waar was dat er veel foodbloggers verwachten geheel gratis gelaafd en gespijzigd te worden. Deze man antwoordde dat het inderdaad voorkwam, vooral vanuit het buitenland. Ik vroeg hem hoe hij ermee omging. Hij zei dat hij binnen een paar minuten googelen tot een afweging kwam van de relevantie van zulke internetschrijvers en op basis daarvan een beslissing nam.

En dat is het natuurlijk precies. Met enige kennis van zaken en van de moderne tijd kan elke restaurateur een weloverwogen afweging maken van het vlees dat hij in de kuip heeft, vlot het kaf van het koren scheiden en voor zichzelf nagaan wat erbij te winnen is om eventueel iets weg te geven.

Dat hoort, hoe je er verder ook over denkt, bij de elementaire vaardigheden van deze tijd. Wie die niet beheerst, moet ze zich aanleren of iemand in de arm nemen die ze wel beheerst, niet gaan zitten klagen dat hij wordt uitgekleed en dat hij daar niets tegen kan doen omdat hij anders ook nog de grond in wordt geboord.

Als een restaurateur die niet kan rekenen klaagt dat zijn leveranciers hem overvragen en zijn gasten de rekening niet volledig betalen, lachen we hartelijk. Wie start er dan ook een bedrijf zonder deze elementaire vaardigheid?

Begrip van internetjournalistiek en sociale media is dezer dagen voor een horecaondernemer net zo essentieel. Daar kun je over gaan zitten jammeren of er iets aan doen. Het laatste lijkt me productiever. Maar dat is slechts mijn mening en ik kan en wil niemand dwingen daar zijn voordeel mee te doen.

En daarmee is hierover voorlopig genoeg gezegd. Morgen ga ik het hebben over nieuwe haring. En over duurzaamheid.

Edit: gezien een enkele reactie op Twitter blijkt het toch nog even nodig dit expliciet te zeggen: ik heb NOG NOOIT mezelf uitgenodigd bij een horecaonderneming voor gratis drank, voedsel of een overnachting en ik zal dat ook nooit doen. Wanneer ik ergens uitgenodigd word (en dat komt uiteraard voor) maak ik precies dezelfde afweging als die welke ik de restaurateur aanraad: wat heb ik er beroepshalve bij te winnen? Zo simpel is dat.





Zomervoordeel

19 juni 2013

Eten in de kleuterschool?

Het vakblad Misset Horeca had in het kader van zijn serie peilingen onder horecaondernemers deze week weer interessante cijfers: meer dan driekwart van hen stoort zich vreselijk aan gasten die meer kijken naar  hun smartphone dan naar elkaar. Slechts 19% vindt dat de eters dit helemaal zelf moeten weten.

Tja. Het is weer zoiets. Horecaondernemers storen zich wel vaker aan hun gasten. Vanmorgen nog hoorde ik van iemand die in een strandtent waar twintig mensen iets zaten te drinken een half uur op een cappuccino moest wachten, die hem uiteindelijk werd gebracht met de luid gesproken woorden "Zo, bent u die ongeduldige gast?". Wat deze assertieve uitbaters natuurlijk niet wisten, was dat hun gast zélf restaurateur is. Niet dat dat verschil maakt. Kennelijk was het voor deze voortvarende lieden totaal niet van belang dat degene die op zijn koffie zat te wachten zich eveneens stoorde aan het totale gebrek aan service en klantgerichtheid.

Even voor de duidelijkheid: dat voortdurende gepier op telefoontjes kan best irritant zijn. Maar het lijkt me aan de tafelgenoten om daar in voorkomend geval tegen elkaar iets van te zeggen. We zijn namelijk, hoewel wij door de horeca nog altijd "gast" worden genoemd, in de eerste plaats klanten die op onze eigen manier onze eigen tijd komen doorbrengen en daarbij betalen met ons eigen geld. We zitten niet op de kleuterschool, bij de hondentrainer of bij de soepnazi.

Dit is een tijd waarin ondernemers oog moeten hebben voor wat hun klanten willen. Wie niet bereid is dat te doen, moet ook niet raar opkijken dat de zaken achteruit kachelen. Wat dat betreft zie ik nog te dikwijls horecaondernemers die in het verleden leven en bij wie de gast maar moet afwachten hoe zij van plan zijn hun eigen visie op gastvrijheid in te vullen. Waarbij je als gast dan vooral niet te veel moet laten merken dat jij er op punten anders over denkt. Want dan kun je de wind van voren krijgen.

Een jaar of vijftig geleden, toen het woord klantvriendelijkheid nog niet in Van Dale stond, was die attitude gemeengoed. Kappers knipten zoals zij vonden dat je geknipt hoorde te worden. Dokters vertelden je liefst zo min mogelijk over je gezondheidstoestand en je moest vooral niet denken dat je zelf iets mocht suggereren over de aard van je klachten. Die tijden zijn zo ongeveer overal voorbij. Behalve bij menig horecaondernemer.

Misschien kan het tot degenen die het betreft doordringen dat wij als betalende klanten (of gasten, zo ze willen) ook in staat zijn tot ergernis. En dat we ons daarbij flink kunnen storen aan individuen die niet in de gaten hebben dat a) wij vroeger thuis al door onze ouders zijn opgevoed en b) dit 2013 is, een tijd waarin volwassen mensen een eigen wil en visie hebben en daar op hun eigen manier mee omgaan. En dat ook mogen, wanneer ze er geen overlast voor anderen mee veroorzaken.

Je kunt dat negeren en stug volharden in de (kennelijk doorgaans ongegeneerd uitgesproken) ergernis tegenover degene die voor jouw omzet komt zorgen. Maar dan moet je niet raar opkijken dat je op een dag ineens een brontosaurus blijkt die vergeten is uit te sterven.

Welkom in de 21e eeuw, dames en heren horecaondernemers. Wij waren hier al een jaartje of dertien.





Zomervoordeel

15 juni 2013

Blogmiepen

Ik verbaasde me er al eens over toen dit blogje nog piepjong was en amper 150 bezoekers per dag trok: de kennelijke angst van de gevestigde orde voor mensen die hun mening ventileren via kanalen waar geen investeerders rijk van worden en zonder dat één of ander Hogerhand in zijn Oneindige Wijsheid, Onpartijdigheid en Onbaatzuchtigheid heeft beslist dat ze een mening mógen ventileren.

Maar sommige dingen veranderen kennelijk niet zo snel. Zo verscheen er vandaag in alle vroegte een blogje van Norbert Koreman, uitgever van een blad met de naam Culinaire Saisonnier. Ik heb de heer Koreman nooit ontmoet, maar heb het wel eens via Twitter met Culinaire Saisonnier aan de stok gehad nadat ik het lef had gehad (gefundeerde hoewel triviale) kritiek op een ami saisonnier te hebben. Als ik me goed herinner werd ik toen afgeserveerd als onbenul omdat ik ooit eens in een heel ander verband had beweerd dat er ook truffelolie bestaat die niet uit de chemische fabriek komt. Dat laatste is overigens ook zo, al weten maar weinigen dat, ook in professionele kringen. Soit.

Dat blogje dus. Het gaat er van dik hout, dat is zeker. Via vele kronkelwegen mondt het uit in een vlammend j'accuse tegen de blogger, die alles voor niks wil hebben, met het onuitgesproken dreigement dat anders het betreffende horeca-etablissement wel eens even met de grond gelijk zal worden gemaakt. Er wordt zelfs unverfroren in gesteld dat de huidige crisis in het restaurantwezen geheel en al aan deze uitvreters te wijten is. Je verzint het niet. Wij wisten niet, lezers, dat wij het in ons hadden. Ik moet toch eens nadenken of ik deze almacht niet profijtelijker kan gebruiken dan ik nu doe. Want het is elke maand een last, hoor, zo'n hypotheek.

De heer Koreman vindt zichzelf behoren tot de journalistiek en mij niet, zoals hij letterlijk op Twitter heeft gezegd. Ja, ik weet het, "horecajournalistiek" is één woord en het is "behoren tot" of "horen bij", maar over correct Nederlands doen we niet moeilijk meer in de journalistiek; dat laten we dus allemaal maar rusten. Blijft staan dat hij voor een journalist dan toch wel een opmerkelijk onjournalistiek stukje gekrabbel heeft afgeleverd.

Om te beginnen mist het richting: eerst moeten "de redacties" het ontgelden die persuitjes kennelijk als beloning weggeven aan niet ter zake kundige harde werkers, vervolgens blijken ineens de freelancers (met wapenfeiten van twintig jaar oud, dan wel reeds lang gepensioneerd en uitsluitend om vervoerstechnische redenen nog in het bezit van een perskaart, dan wel gewoon overleden) de kwade pieren en tenslotte zijn de bloggers de bron van alle ellende. Typisch het relaas van iemand die een ondefinieerbare boosheid van zich af zit te schrijven en er gaandeweg de mikpunten bij bedenkt. Ja, dat soort ongeleide projectielen krijg je wanneer mensen die eindredacteuren gewend zijn in alle vroegte bloggen en hun relaas patsboem online knallen. Elke hoofdredacteur zou een dergelijk stukje meedogenloos afschieten. Ongefundeerd! Geen namen en rugnummers! Geen hoor en wederhoor! Vermoeden van persoonlijke rancune bij de schrijver! Allemaal redenen om zo'n stukje maar niet te doen.

Toch blijkt de framing die in dit geschrijf besloten ligt heel effectief. In de discussie die op een vernietigend bericht van mij op Twitter volgde, was de vraag immers al snel "kun je kritisch zijn als je iets gratis krijgt?". En daar gaat het hier natuurlijk helemaal niet om. Van belang is wat er waar is van de beschuldiging dat allerlei onscrupuleus volk zich onder het mom van "journalistiek" in de watten laat leggen. Ik kan u verzekeren: dat komt voor, zowel onder bloggers als onder klassieke journalisten. Maar het is een uitzondering en een journalist of blogger die een beetje om zijn reputatie denkt, laat het wel uit zijn hoofd om met deze attitude op culinair weekend te gaan. De wereld is klein, en zeker sinds we internet hebben ligt een uitglijder binnen de kortste keren op straat. Ik ben er niet bang voor: ik heb nog nooit een restaurant of product positief besproken in ruil voor cadeautjes, en ik zal dat ook nooit doen.

Andere vragen zijn van aanzienlijk meer belang. Zijn alleen culinair journalisten relevant voor onpartijdige informatievoorziening? En wie bepaalt eigenlijk wanneer iemand zich zo mag noemen? Hoe zit het feitelijk met de journalistieke integriteit wanneer een blad tegelijkertijd een netwerk exploiteert van "vrienden" in de horeca en is dan de slager niet zijn eigen vlees aan het keuren? En gaat het hier wel over een tegenstelling tussen traditionele culinair journalisten versus foodbloggers? Of eerder over fact-free suggestiviteit versus echte journalistiek?

Kijk, dát zijn wat mij betreft onder andere de vragen die aan de orde moeten komen tijdens een debat dat rond deze materie zal worden gevoerd op een nog nader te bepalen plaats. Een debat waarvan ik hoop dat het de grond zal wegslaan onder deze en toekomstige ongefundeerde vuilspuiterij, waarin een hele groep personen zonder onderscheid des persoons als corrupt wordt afgeschilderd en in diskrediet wordt gebracht.  Ja, ik weet het: dit soort karaktermoord is een typische ziekte van deze tijd. We bestrijden liever de groep waarbinnen corruptie wordt vermoed dan de corruptie te bewijzen en te bestrijden, want dat kost minder moeite en het scoort beter. Maar voor dat soort gemakzuchtige karretjes laat een échte journalist--en dat ben ik al bijna mijn hele werkzame leven, niet alleen op culinair gebied--zich natuurlijk niet spannen.

P.S. Misschien is het u niet eens opgevallen, maar ik vind in het verhaal van de heer Koreman een toch wel heel veelbetekenende passage staan. Niet om wat hij in zijn gratuite betoog zegt, maar om wat hij niet zegt:


Ziet u het ook? Je zou denken dat het eerste wat je als freebeejager in een restaurant aangeboden verwacht te krijgen de rekening voor spijs en drank is. Maar daarover geen woord. Nee, het is een kamer, de bruidssuite nog wel, die grootmoedig wordt afgewimpeld. Kijk, een beetje kundige journalist is over zoiets dan duidelijk. Omdat anders de indruk zou kunnen ontstaan dat het gratis aanbieden en accepteren van rijk begoten diners voor de schrijver wél de normaalste zaak van de wereld is. En dat wil je niet. Zelfs niet als het, de hemel verhoede het, zo zou zijn.






Voordeel (234x60)

30 mei 2013

De zuurpruim en de zoetekauwtjes

"Je hebt zelf zeker geen kinderen?", wordt je dan gevraagd. Ja, die heb ik wel, maar al veel te oud om tot de doelgroep te behoren. Aha, dan is het wel verklaarbaar dat ik zo'n ontzettende zuurpruim ben die kinderen een pleziertje op zijn tijd misgunt, bijvoorbeeld aan het eind van de Avondvierdaagse. Ik ben de enige niet.

Maar het is glad ijs, hoor, waarop je je begeeft. Niet alleen omdat, hoe je ook nuanceert, je toch meteen in de hoek van de azijnwateraars terecht komt, maar ook omdat degenen die de discussie met je aangaan eigenlijk nooit degenen zijn die het betreft. In plaats daarvan zijn het mensen wier kinderen overwegend een gezond eetpatroon hebben en bij wie een extra verwennerijtje inderdaad precies dat is: extra, en met verkleinwoord.

Want natuurlijk mogen er kinderfeestjes zijn, en natuurlijk hoort bij kinderfeestjes iets lekkers. Probleem is dat er steeds meer traktatie-inflatie optreedt: steeds meer kinderfeestmomenten, waarbij steeds meer snoep de norm lijkt te worden. Als je alles van te voren wist, zou je een mooi fotoboek hebben kunnen maken, beginnend met de avondvierdaagsen in de jaren '60 tot die anno nu, waarbij kinderen het snoep dat ze bij de intocht omgehangen krijgen nauwelijks kunnen torsen. En dat geldt niet voor een enkeling, maar voor een grote proportie, zo niet de overgrote meerderheid.

Nee, vroeger was niet alles beter. Echt niet. En kinderen mogen kinderen zijn. Maar of we het nu leuk vinden of niet: kinderen bewegen in deze tijd steeds minder en eten steeds meer, en vooral steeds meer suiker. Ergens moet die trend omgebogen worden, en moet ons beeld van wat normaal is naar beneden worden bijgesteld. Nee, heus niet naar het andere uiterste. Maar wel echt een flink eind naar beneden.

Snoep is iets bijzonders. Door op een bijzondere dag zoveel snoep te geven dat er bijkans een heel jaar dagelijks van kan worden gegeten, is het dat niet meer. En dat is niet alleen jammer voor de volksgezondheid, maar ook voor het kinderplezier.




Bulkweken mei 2013

29 mei 2013

Late haring

Heb ik weer. Net als ik eindelijk, als een regelrechte societytijger, ben uitgenodigd voor een sjiek haringfeestje, komt het bericht binnen dat de aanlanding van de eerste nieuwe haring twee weken is uitgesteld. Niet op 5 juni, maar op 19 juni zal het eerste vaatje haring bij opbod worden verkocht. De haring die tot nu toe is gevangen is van onvoldoende kwaliteit om Hollandse Nieuwe te kunnen worden.

Ja, dat is natuurlijk jammer maar het is ook bijzonder verstandig. Bovendien is er een precedent, want ook in 2006 werd precies dezelfde maatregel genomen. Toen was het overigens wel een novum.

Wat mij betreft mogen andere productschappen hier een voorbeeld aan nemen. Zo ging op de derde donderdag van april doodgewoon welgemoed het aspergeseizoen van start, maar was er in heel Nederland nog geen asperge van de volle grond verkrijgbaar. Zo gaat zo'n feestelijke seizoensstart tegen je werken, want natuurlijk zijn de allereerste asperges uit de kas net zo min goed voor het maximale genoegen als de te magere visjes die nu gevangen zijn.

We zouten ons ongeduld dus gewoon nog even op. Ik in elk geval wel. En die party? Nou ja, dat hoor ik ongetwijfeld wel. Misschien is-ie net op tijd voor de eerste aardbeien van de volle grond. Want ook die laten, net als alles dit jaar, een weekje of twee langer op zich wachten. De natuur houdt zich niet aan kalenders. Wij in toenemende mate wel. Daar is vast iets uit te leren. Maar wat?





Bulkweken mei 2013

24 mei 2013

Iets lekkers voor het weekend


Mensen hebben het moeilijk met dit blog. Te kritisch, niet lichtvoetig genoeg, te weinig lifestyle. Het schrikt hele groepen potentiële afnemers van mijn stukjes af, schijnt het. Denk je een plek te hebben waar je vrijblijvend gedachten kunt spinselen zoals hierboven staat, blijkt het nog op je CV te drukken. Terwijl ik toch ook best leuk over lekker eten kan schrijven en ook heel maakbare recepten kan bakken. Dat moet je kennelijk af en toe even opnieuw laten zien, ook hier. Hup dan maar.

Dit recept heb ik--kijk, daar gáát het alweer fout--overigens dan weer niet zelf gebakken. Ik heb gekeken hoe chefkok Federico Mocci van restaurant Porto Cervo in Almere het maakte en daarna heb ik het opgeschreven voor een leuk lokaal kookboekprojectje. En omdat ik het van de week gewoon eens zelf maakte en fotografeerde (nou ja, door mijn geliefde G. liet fotograferen), vond ik dat u het ook maar moest kunnen maken.

Want dit zijn echt enorm lekkere melanzane alla parmigiana. Het gerecht is afkomstig uit de streek Emilia-Romagna, maar Federico die zelf van Sardinië komt, heeft het op een paar punten aangepast. Zo frituurt hij de aubergine in een eierbeslagje. Mensen, wat is dat lekker! Ik doe het nooit meer anders!

Melanzane alla parmigiana

Nodig voor vier grote of zes kleine eters:
- 2 aubergines
- 3 eieren
- 100 g parmezaan aan een stukje
- 250 g mozzarella
- 1 blik gepelde tomaten
- 1 teentje knoflook
- bosje basilicum
- zout, peper
- 1/2 liter arachide-olie
- ca. 3 eetlepels extra virgine olijfolie
- 5 eetlepels bloem

Verwarm de oven voor op 200 graden. Verhit in een koekenpan de olijfolie met het gehakte teentje knoflook. Voeg hier de tomaten met nat aan toe en nog een scheutje water. Laat aan de kook komen en tot driekwart inkoken; breng op smaak met peper en zout. Houd een paar mooie blaadjes basilicum achter; snijd de overige in smalle reepjes en voeg deze aan de saus toe. Laat op zo laag mogelijk vuur pruttelen.

Verhit de arachide-olie in een diepe koekenpan of grote braadpan tot 180 graden. Klop de eieren los in een diep bord en vul een tweede bord met bloem. Maak de aubergine schoon, schil dunne reepjes van de schil en bewaar deze; schil daarna de aubergine helemaal en snijd hem in de lengte in plakken van ca 1 cm dikte. Haal deze door de bloem en vervolgens door het losgeklopte ei, frituur ze één voor één in de hete olie, bestrooi ze met wat zout en laat afkoelen. Frituur tot slot de reepjes aubergineschil kort en schep ze uit de olie met een schuimspaan. Draai het vuur onder de olie uit.

Snijd de mozzarella in niet te kleine stukken en rol de aubergineplakken op. Schik de rolletjes aubergine met de mozzarella op een ovenschotel, schep hierover de tomatensaus en laat in de oven gedurende 10 minuten garen. Garneer met dungeschaafde plakjes parmezaan, de gefrituurde aubergineschilletjes en de blaadje basilicum.




Bulkweken mei 2013

23 mei 2013

Zeven dingen

Afgelopen weekend werd ik 58. Een gedenkwaardige leeftijd, in de zin dat Godfried Bomans nooit ouder werd. Ai! Godfried Bomans! Tientallen boeken schreef hij in zijn veel te korte leven. En zelf heb ik er weliswaar ooit eens twee geschreven, maar die tellen eigenlijk niet. Nee, zoek er niet naar. U zult ze niet vinden, want ze zijn al tijden niet meer verkrijgbaar en volkomen terecht geheel vergeten. U merkt het al: zo'n verjaardag maakt mijmerig.

Goed. Ik besloot zeven dingen op te schrijven die ik wil hebben bereikt vóór dit 58e 59e (dank Peter van Rijn) levensjaar voorbij is. En ik ga ze hier met u delen, gewoon als inkijkje in de zieleroerselen (ik verdom het om "zielenroerselen" te schrijven) van een eetschrijver. En omdat u mij mogelijk met een enkel punt kunt helpen. Men weet het maar nooit--netwerken heet dat geloof ik.

Lijstje dus. Want iedereen houdt van lijstjes.

1. Een column of rubriek krijgen in een landelijk dagblad--Omdat afgelopen week de 3030e week van mijn leven eindigde waarin weer geen groot dagblad zich meldde voor een vermakelijke column of leerrijke rubriek van mijn hand, moet het maar eens gezegd: ik ben eraan toe. Daarom voor u, die hier leest, deze advertentie: "Ervaren eetschrijver met scherpte, humor, pakkend taalgebruik en gedegen vakkennis in zijn bagage zoekt landelijk dagblad om daarin door duizenden te worden gelezen. Zegt het voort!" Voilà. Dat móet goed komen. Bomans had trouwens ook rubrieken in dagbladen.

2. Minstens één boek schrijven--Ja, ik weet het: dit zeg ik al vier jaar. Daarom moet het dit jaar ook gebeuren, want anders zeg ik het straks al vijf jaar en dat kunnen we echt niet hebben. Morgen begin ik maar weer eens opnieuw. Aan dat ene boek of misschien wel aan één van die andere die ook zouden kunnen, en die ik misschien wel beter eerst kan doen. Enfin, u ziet het: ik heb voor mezelf helemaal helder waar ik naartoe wil.

3. Op een gewicht van 99 kilo uitkomen--Nee, hier kunt u mij niet bij helpen. Dit moet ik helemaal zelf doen, onder meer met een gezond eetpatroon. Voorleven, noemt men dat geloof ik, of om het in hip Engels te zeggen, practice what you preach. Ooit kwam ik eens, gezeten op een motor, onzacht in aanraking met een vrij dikke Mercedes. Dat was het einde van een leven vol duursport en binnen onthutsend korte keren was mijn gewicht gestegen van 89 tot ruim 130 kilo. Ik heb mezelf tijdenlang wijsgemaakt dat die ontwikkeling onomkeerbaar was. Dat bleek onzin. Ik weeg inmiddels minder dan 115 kilo en er zit forse vooruitgang in.

4. In een restaurant eten dat in de komende Michelin voor het eerst een ster krijgt--Kijk, dit is bescheiden. De kans is trouwens niet gering dat ik dit al eens gedaan heb, mogelijk zelfs meermaals. Zo ja, dan heb ik jammerlijk nagelaten dit te documenteren. En dan is het in dit internettijdperk dus niet gebeurd. Uw tips zijn overigens welkom.

5. Een misstand op eetgebied op de politieke agenda krijgen--Misstanden genoeg. Nee, te veel. En soms moet de politiek daar gewoon iets tegen doen, alleen weet de politiek dat meestal niet. Pogingen heb ik al wel ondernomen en soms mondden die zelfs uit in gesprekken met Kamerleden, om vervolgens te verzanden in vrijblijvendheid. Waarom lezen eigenlijk niet méér politici dit blog?

6. Een mooi commercieel succes scoren met margaritaijs--U weet wel, het ijs dat je gegeten móet hebben om erbij te horen. Wat? Hoort u er nog niet bij? Dan spoorslags naar de site. Margaritaijs, de zomer in elke bol! Bedacht en ambachtelijk vervaardigd door uw eigenste eetschrijver.

7. Een chef van een Nederlands sterrenrestaurant aan mijn tafel te gast hebben--Moet toch ook nog eens gebeuren, want volgens mensen die het weten kunnen, kook ik best aardig. Eigenaardig genoeg lukte het me in Canada, waar ik in 2010 een paar maanden woonde, binnen een paar weken--nou ja, behalve dat Michelin daar, in tegenstelling tot in Vietnam, nog geen sterren geeft, maar een chef van een toprestaurant was het wel. Goed, dat wil ik dus ook in eigen land.




Bulkweken mei 2013

15 mei 2013

Mythe?

Soms zie je van die dingen die je even opslaat om er later nog eens goed naar te kunnen kijken. Daarna blijven ze dan langer liggen dan je van plan was. Dat gold bijvoorbeeld voor dit artikel, dat wel eens even zal afrekenen met de mythe dat gezond eten zoveel duurder is dan ongezond. Allemaal kolder, rekent men je voor.

Ik heb er met verbijstering kennis van genomen. Kijk nou eens naar zo'n "gezond menu". 's Morgens brood, 's middags weer brood, 's avonds aardappelen, spinazie en een kipfiletje, nadat er ook al kipfilet op de ochtendboterham was gelegd. Je houdt je hart vast voor dag twee. Allemaal van de schappen van de Appie. Twee keer brood, twee keer kip. En yoghurt met cruesli. Aardappelen, groente en vlees van bij elkaar 2,74.

Gezond? Eh, nou... ziet u fruit? Nee, ik ook niet. En die maaltijd van kip, aardappelen en spinazie, zou daar 200 gram groente bij zitten? Een kilo spinazie kost bij AH 6,30. 200 gram kost dus 1,26. Dan heb je nog 1,48 over voor de aardappelen (0,96/kg) en de kip (8,19/kg). Nou, vooruit, het kan nét, al heb je voor dat geld dus alleen maar plofkip. Kipfilet is trouwens relatief duur. Je kunt veel beter boutjes of vleugeltjes eten, die zijn nog lekkerder ook. Cruesli is volgens het Voedingscentrum trouwens een uitzonderingsproduct en niet iets voor elke dag. En dat vet dat je volgens de gezondheidsjongens moet gebruiken op je brood en in je koekenpan, dat krijg je zeker van de bedeling?

Dat broodbeleg lijkt me ook niet van het allergezondste. Smeerkaas, salami en pindakaas. Ik durf bijna te wedden dat dat broodje kroket van het rechter bonnetje nog gezonder is. Je kunt, als je er dan toch op staat achter elkaar brood te eten (wat is er gebeurd met "gevarieerd"?), beter een tomaatje op je boterham snijden, dan heb je meteen weer wat groente binnen. Maar ja, tomaten zijn duur bij AH. Dat gaat 'm dus ook niet worden.

Enfin, we zien alweer wat "volgens Nederland" gezond is en hoe goedkoop dat kan zijn, vooral als je het afzet tegen elke maaltijd bij McDonalds halen. Ga nou de ingrediënten van die "ongezonde" maaltijd eens verpakt bij de super halen, en kijk dan eens wat je kwijt bent. Zo vergelijken we in elk geval appelen met appelen.

"Volgens Nederland", wat is dat eigenlijk? Dat is een initiatief van verzekeraar Achmea. En dat initiatief is genomen omdat Achmea "graag investeert in een prettige samenleving door met elkaar in gesprek te gaan". En dat leidt dan tot dit soort onderbuiks gereutel, waarvan de auteurs duidelijk van toeten nog blazen weten. Achmea zou zich de ogen uit de kop moeten schamen voor de manier waarop speciaal redacteur J. van Leiden dit thema aan heeft gepakt.

Maar is gezond eten nou inderdaad duurder dan ongezond? Naar mijn mening ook niet, en dat heb ik al eens eerder uitgelegd. We eten over het algemeen niet ongezond omdat het goedkoper is, maar omdat het makkelijker is. Een zak chips hapt makkelijker weg dan een appel. Een pizza in de oven schuiven kost minder moeite dan groenten snijden, wassen en bereiden en daarna de pan afwassen. Over moeite gesproken, al eens geprobeerd via dat handige tooltje Appie spinazie uit de kiezen bij AH? Gewoon 's doen: "spinazie" invullen en kijken wat er gebeurt. Ja, precies, verbijsterend nietwaar? Maar dat is weer een heel ander chapiter.

Hoe dan ook, die moeite is naar mijn stellige overtuiging het voornaamste probleem, niet zozeer het geld. Een kroket wordt nooit goedkoper dan een appel en een hamburger met alles erop en eraan nooit goedkoper dan een bloemkool. Maar je moet er wél meer moeite voor doen en iets verder voor vooruit plannen. En dat is iets dat mensen die het al moeilijk hebben doorgaans niet zo makkelijk doen.

Heb ik een oplossing? Nee. Maar een correcte diagnose--niet zo'n grote-stappen-snel-thuis leuterverhaal van zo'n Achmea-dochter met haar nobele doelstelling--lijkt me een goed begin.





Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour

14 mei 2013

Oliemannetjes

Ik heb net een heel artikel af over olijfolie, en daarvoor ben ik de eigenaar van een webshop gaan interviewen. Een Almeerse eigenaar, want mijn artikel is bestemd voor de lokale glossy Lifestyle Almere. Ja, dat bestaat en nee, daar moet u niet lacherig over doen, want ik schrijf ervoor. Dat zegt toch wel wat.

De man heeft mij ongelooflijke olie laten proeven. Olie met smaken waarvan je als gewone sterveling nauwelijks vermoedt dat die allemaal in olijfolie kunnen zitten. Olie die je proeft op dezelfde manier als goede wijn, met geur- en smaaknotities. Olie met uitgesproken geurige en uitgesproken peperige smaken, met alles er tussenin. Olie die je bij de keel grijpt.

Goed, zoiets kost ook wat. Flink wat, in sommige gevallen. Er was olie bij die wel 150 of zelfs 250 euro kostte voor een halve liter, zodat het maar goed is dat er nog geen duizend liter per jaar van wordt geproduceerd. Sommigen doen dat ook met ijs, maar dat is weer een heel ander verhaal.

Stel u gerust: zelf behoor ik ook nog niet tot de kapitalisten die van dergelijke olie achteloos een sliert over de rucola met walnoot gieten. Ik heb aanzienlijk democratischer olie. Deze bijvoorbeeld: LA Organic, uit Anadalusië en gemaakt van de verrukkelijke picudo olijf. Meermaals met goud bekroond en erkend als één van de beste ter wereld. Leuk maar niet overdadig verpakt in een excentrische fles van Philippe Starck, zodat je 'm ook gerust op tafel kunt zetten.

Een wereldolie vind ik het, en dat voor een betrekkelijk vriendelijke prijs van 12,95 per 250 ml. Ik heb er gisteren puree van gemaakt met Hoeksche Rooie, een mooie Nederlandse aardappel uit de Hoeksche Waard, ook al zo'n fijn product, lekker romig en met een licht zoetje. Je bent dan héél ver weg van de piepers en de olie uit de super. Die laatste is sowieso dikwijls maar marginaal voor menselijke consumptie geschikt, ondanks de vitale Italiaanse bejaarden die ze in hun tv-reclame opvoeren. Geloof maar niet dat die dat spul gebruiken.

Maar goed.

Onlangs is van LA Organic de truffelolie verschenen, zo wordt mij gemeld in een persbericht. Die gaat voor 24.95 per 250 ml. Nu is het met truffelolie raar gesteld. Er wordt je aan alle kanten verteld dat het rommel is, met smaakstoffen uit de chemische fabriek in Naarden. Vertel op Twitter dat je truffelolie ergens in gebruikt hebt en je krijgt prompt de smaakpolitie op je dak--mensen die in hun fanatisme soms ronduit onaangenaam worden.

Maar ze hebben ongelijk. Of liever gezegd, ze oordelen vanuit een te beperkt palet. Want hoewel veel truffelolie (waaronder alles uit de supermarkt) inderdaad bocht is waar nog nooit een truffel bij in de buurt is geweest, zijn er ook truffelolies die wel degelijk met echte truffels worden bereid. In het geval van de LA Organic witte truffels uit Savigno, die tien dagen in de olie hebben mogen trekken voordat die werd gebotteld.

Nee, ik heb hem nog niet geproefd. Maar dat ga ik binnenkort zeker doen. Ondanks dat het niet mag van de smaakpolitie. Of misschien wel juist daarom. Omdat een tikkeltje recalcitrantie het leven vaak zowel leuker als lekkerder maakt.





Voordeel (234x60)

13 mei 2013

GM wordt groen

Even voor de duidelijkheid: GM staat hier voor Gault Millau, één van Frankrijks meest eerbiedwaardige gidsen op eetgebied. En van die gids is nu dan een groene versie verschenen. Groen niet zozeer als in milieurvriendelijk (hoewel...) maar als in geheel uitgaand van de groente en het fruit in onze dagelijkse dis, zowel uit als thuis. Want groente, zo vinden de initiatiefnemers van deze gids, moet maar eens af van zijn stiefmoederlijke rol. Dat is namelijk een stuk gezonder, zowel voor ons al voor de wereld.

En dus werd op woensdag 8 mei in restaurant Niven in Rijswijk de allereerste Groene Gault Millau Benelux gelanceerd, een gids waarin het helemaal om groenten en fruit draait. Je vindt er adressen in van restaurants waar briljant met groenten wordt gekookt en van winkels waar je uitstekende groenten en fruit aanschaft. Daarnaast staan er tips in van chefkoks die met groenten en fruit hun sporen hebben verdiend: Jonnie Boer, Niven Kunz (groentenkok van het jaar 2012) en Gert De Mangeleer. Ook zijn er nog een aantal recepten, al leunen die wel sterk op het gebruik van apparatuur van sponsor Princess.

Het is eigenlijk bizar gesteld met die groenten in onze maaltijd. Amper dertig jaar geleden waren ze--althans in Nederland--zonder meer het referentiepunt van elke warme maaltijd ("Wat eten we vanavond?" "Rode kool"). Maar groenten zijn, zonder twijfel onder invloed van de horeca en uiteraard door de toegenomen welvaart, steeds meer op het tweede plan geraakt. Wat eten we anno 2013 vanavond? Biefstuk! En dat terwijl we al een aantal jaren een trend zien waarin weer steeds minder vlees wordt gegeten, zowel uit overwegingen van gezondheid als van duurzaamheid.

Het was reden voor de vermaarde Vlaamse groentenkok Frank Fol om hard aan deze kar te gaan trekken. Hij vindt dat chefs zich meer op groenten moeten gaan concentreren en meer gebruik moeten maken van de (naar zijn zeggen) ruim 60 verschillende manieren die er bestaan om groenten te bereiden. De restaurantmaaltijd moet weer voor 2/3 uit groenten bestaan en voor hooguit 1/3 uit vlees en vis in plaats van omgekeerd. De eerste mijlpaal is nu een feit, met de Groene Gault Millau 2013. Fol: "In deze groene bijbel hebben we tips verzameld waarmee je groenten met een smakelijke, gezonde en praktische keuken kunt verenigen. De lezers vinden er bovendien interviews met voedingsdeskundigen, tips om de dagelijkse maaltijden zo gezond mogelijk te maken en nuttige adressen waar je groenten en fruit kunt kopen, zowel groentemarkten als direct bij de producent of de groothandel".

Tijdens de presentatie (gevolgd door een lunch waarin Niven Kunz liet zien hoe spannend zo'n maaltijd kan zijn waarin groenten de spotlights krijgen) werden tevens de vier genomineerden bekendgemaakt die onderling gaan uitmaken wie van hen de titel "Beste Groentenrestaurant van Nederland 2014" mag gaan voeren. Dit zijn 't Diekhuus in Voorst, Groenland in Driebergen, Chique in Alphen aan de Rijn en de Kromme Watergang in Hoofdplaat. De jury zal in de komende tijd samen met Frank Fol de genomineerde restaurants bezoeken. Ook voor het restaurant dat de lekkerste groentegerechten voor kinderen serveert is er een speciale onderscheiding. En ook wij kunnen meebeslissen: op www.denkgroenten.info kan er gestemd worden.

Echt heel veel restaurants staan er momenteel nog niet in de Groene Gault Millau. Nederland moet het stellen met een schamele 17 adresjes, België doet het met 31 adressen iets beter. Dat ligt ongetwijfeld mede aan het feit dat deze filosofie nog veel terrein te winnen heeft, maar toch: een chefkok als Jonathan Zandbergen van 't Veerhuys in Almere zou hier met zijn fenomenale "Menu de Légumes"  toch bijvoorbeeld een plaats in verdiend hebben.

Desondanks is de Groene Gault Millau voor de groentenliefhebber beslist een aanrader. Al was het alleen maar omdat zo'n mooi initiatief aanmoediging verdient. En omdat hij CO2-neutraal geproduceerd wordt.

De Groene Gault Millau
Frank Fol e.a.
Uitgeverij De Groene Gault Millau
228 blz.
Adviesprijs 15,95
ISBN 978 90 7927 307 2
Tevens voor 15,95 rechtstreeks en zonder bezorgkosten te bestellen bij degroenegaultmillau.info






Voordeel (234x60)

Labels:

06 mei 2013

Een beetje van jezelf


Schokkend vind ik het eigenlijk. Nee, niet dat volgens Misset Horeca ruim 20% van de horeca nog steeds de fax gebruikt voor bestellingen bij de groothandel--hoewel ik eens moet nadenken waar ik eigenlijk voor het laatst zo'n ding gezien heb, of let ik niet op?--maar dat je op deze pagina, die mikt op professionals uit de horeca, een advertentie voor je kiezen krijgt voor Maggi Flavours of the World.

Kijk, ik doe het zelf heus ook regelmatig: een gerecht maken met een eetlepel kant-en-klare curry uit een potje van de toko. Dat is dan vooral omdat ik niet altijd tijd en zin heb om alle ingrediënten voor zo'n curry vers te halen en zelf te vijzelen, om vervolgens ruim 80% van de gemaakte curry over te hebben en een week later weg te gooien.

Maar je zou denken dat dat voor een restaurant niet geldt. Sterker, dat je bij een restaurant niet "een beetje van de chef zelf en een beetje van Maggi" voor je neus krijgt. Dat een professionele chef zich realiseert dat in zijn eigen stijl zijn onderscheidend vermogen ligt. Maar niet dus. Ook chefkoks lijken er dol op te zijn.

Ik weet het niet, maar als ik uit eten ga, verwacht ik iets meer dan een gerecht dat zijn smaak ontleent aan poedertjes en potjes van een fabrikant waarvan de spullen ook in de schappen van de AH staan. Of is dat nou weer heel zuur van mij?





Weekdeals (300x250)

02 mei 2013

Stengelseizoen

Eten met de seizoenen, het valt niet mee. Van sommige gewassen hebben de telers bepaald dat het seizoen op een specifieke dag begint en eindigt. Eerder en later zijn ze er niet. Of mogen ze er in elk geval niet zijn. Asperges, bijvoorbeeld. Die zijn er vanaf de derde donderdag van april tot de voorlaatste vrijdag van juni.

Nu is er één ding vervelend: dat we elk jaar maar weer opnieuw vergeten de natuur een kalendertje te sturen. Die gooit dus ook met grote regelmaat roet in allerlei eten. In 2011 hadden we een uitzonderlijk zacht voorjaar en waren de asperges ruim een week te vroeg, hoewel dat halsstarrig werd ontkend door de aspergepropagandamachine (nee, niet zeggen dat dat een mooi Scrabblewoord is want het past niet op het bord). Nu, na een winter die uitzonderlijk lastig te verjagen viel, zijn ze er officieel alweer twee weken, maar geen boer heeft ze al van de koude grond. Alle asperges die nu verkrijgbaar zijn, komen uit kassen of van onder tunnels.

Die andere stengels, die zijn er al wel. Ik doel op de rabarber, ook altijd zo'n fijne lentebode al blijken er hele volksstammen te zijn die ervan gruwen. Mocht dat komen doordat je er ruwe tanden van krijgt (want dat is zo: rabarber bevat nog meer oxaalzuur dan spinazie die dat effect ook heeft), weet dan dat het helpt om wat zuivel en/of een eierdooier door de moes te roeren. Die gaat dat effect tegen en in het geval van een eierdooier krijg je ook nog een mooie binding. Wel heel goed roeren zodat je geen stukjes eigeel krijgt. Ziezo, toch nog iets praktisch in dit stukje.

Waarom nu deze bespiegeling over mijn twee favoriete lentestengels? Omdat Nederland, in navolging van een officieel aspergeseizoen, nu ook een officiële rabarberweek heeft. Die is vandaag van start gegaan en tal van collega's doen zich momenteel te goed aan allerlei inventieve rabarberrecepten waar ik u graag van alles over had verteld.

Helaas: men lijkt--het is nauwelijks te bevatten--geheel vergeten mij uit te nodigen. En wat ik niet weet, kan ik u natuurlijk ook niet vertellen of laten zien. Wat ik niet eet, kan mij overigens ook niet voeden. En dat, waarde eetlezer, is de reden dat ik vanavond toch maar aan de asperges ga. Gekocht bij een boer, die ze heeft geteeld onder een plastic tunnel. Het strookt niet helemaal met mijn principes. Maar soms is ook een eetschrijver wel eens gewoon ongeduldig.

Ik eet ze trouwens nooit uit Peru, dus dat scheelt alweer. Dat u dat toch ook even weet.





Slechts 4 dagen: 5 euro korting op muziek en dvd

29 april 2013

Gezonder dan... eh...


Ik geef toe, ik had 'm afgelopen zaterdag al op Twitter gezet. Maar aan degenen die daar niet meelezen of 'm gemist hadden wil ik 'm toch niet onthouden: deze perfecte illustratie van de totale nietsigheid van het Vinkje.

Oregano is een "gezondere keuze". Jawel! Gezonder dan eh... dan... nou ja, gewoon gezonder. Tenslotte hebben we er meer dan genoeg voor betaald om dat te mogen zeggen, nietwaar?

Overigens kan het bij AH dezer dagen nog veel erger, maar dat is weer een heel ander chapiter.







Partner van bol.com (88x31)

26 april 2013

(geen) Keukenmeidenverdriet

Vroeger ging alles anders. Ja, daar kijkt u van op, eetlezer, en toch is het zo. Anno 2013 is het niet erg waarschijnlijk dat iemand die in 1988 nog kookte voor de Koninklijke Familie in 2008 een aalmoes ontving van een voormalige werkgever en op dit moment in het gevang belandt. En mocht het gebeuren, dan zou het alle media halen. Terwijl er in het geval van Rijntje Biljardt, geboren te Lochem in 1807 en vermoedelijk overleden te Den Haag in 1886, geduldig spitwerk van historica Lizet Kruyff voor nodig was om één en ander aan het licht te brengen.

Ook Lizet heeft overigens naast oneindig geduld wel eens geluk. Zo lokaliseerde zij slechts twee weken vóór het boek dat zij samen met Judith Baehner schreef gepresenteerd zou worden de keuken waarin Rijntje na haar dienstverband bij Anna Paulowna ging koken, aan de Amsterdamse Herengracht. De huidige bewoners bleken vriendelijke mensen en de keuken nog goeddeels intact. En zo kwam het dat uw eetschrijver daar met een handjevol select publiek aanwezig mocht zijn bij de uitreiking van de eerste twintig exemplaren van dit bijzondere boek.

Want bijzonder is het boek rondom Rijntje Biljardt zeker. Om te beginnen heeft zij echt geleefd, dit in tegenstelling tot de legendarische Aaltje, die een amalgaam van fictieve keukenmeiden vertegenwoordigt. Rijntje wás iemand, al bij leven, omdat er toen reeds een kookboek van haar hand verscheen waarin zelfs een gravure met haar portret voorkwam. Zij werd zelfs--ja, ook toen gebeurde dat al--op zeker moment grof geplagieerd. Uit haar eigen boek blijkt dat Rijntje ronduit koninklijk kon koken, maar ook de eenvoudige keuken beheerste. Aan haar recepten is het grootste deel van haar herrijzenis in boekvorm gewijd.

Het bijzondere is dat die recepten niet klakkeloos zijn overgeschreven, want dan hadden ze hooguit nog waarde voor echte fanatici, of curiositeitswaarde voor gewone stervelingen. Ze zijn aan de moderne tijd aangepast en daarom perfect maakbaar. Voor de 'vertaalslag' naar de moderne keuken zorgde dan ook niemand minder dan Jessica Lek, chefkok van het restaurant Aan de Amstel, waar Yvette van Boven de scepter zwaaide vóór zij met Home Made een onvervalste wereldhit scoorde. Voor de al niet minder watertandende fotografie tekende Louis Lemaire.

Het resultaat: een verrukkelijk lees-, kijk- en kookboek, precies zoals elke kookliefhebber graag in huis heeft. Want elke echte kok is dol op kookboeken, niet zozeer om de receptuur letterlijk na te koken, maar als inspiratie en vertrekpunt. Precies zo ging het met Rijntje. De gerechten die zij bereidde waren ongetwijfeld al in diverse vormen eerder gekookt, maar Rijntje paste ze aan aan haar tijd, omgeving en mogelijkheden. Zoals u, eetlezer, ook zou doen.

Het levensverhaal van Rijntje, dat als een rode draad door dit boek loopt, is nog veel fascinerender dan je uit de paar details waarmee ik dit stukje opende zou opmaken. De brokjes geschiedenis waarmee het gelardeerd is zijn pareltjes. De aanpak van de vier seizoenen, inclusief kroniek van wat er in de moestuin gebeurt, is totaal van Rijntjes en gelukkig ook weer steeds meer van ónze tijd, net als de passages gewijd aan de inmaak, en ronduit prachtig is de vertelling van Rijntjes levensverhaal in diezelfde vier seizoenen, waarbij de winter aanvangt met haar tijd in het cachot te Vught.

De recepten brengen de culinaire verbeelding van elke hobbykok op hol. Nog nooit zag je een authentiek 19e-eeuws koningsmaal zó dichtbij komen. Ga maar eens na: kalfsfricandon (=staartstuk) met zuring, spinazie en kalfsoogen (=kwarteleitjes), worst van visch, verse ham met eene rozensaus, podding (=soufflé) van jonge wortelen, gelei van sina appels en evenveeltjes, konijnen met oesters en natuurlijk slemp. Jazeker, en wacht tot u de foto's ziet.

Enfin, dit is een boek dat u wilt hebben. Ik wil in ieder geval van mijn exemplaar niet scheiden--ik ben er meteen in gaan lezen en weet me er zelfs voor het schrijven van dit stukje maar met moeite van los te rukken.

Gelukkig is Rijntjes Keukengeheimen vanaf 15 mei gewoon te koop, wel zeker ook bij de online boekwinkel die hier altijd adverteert. Omdat dat nog best even duurt heb ik bedongen dat ik niet één, maar liefst twee exemplaren van dit bijzondere hebbeboek mag weggeven. Jawel, aan ú, mijn even geliefde als trouwe eetlezers. Kortom, stuur nú aan eetschrijven (appeltaartje) gmail PUNT com een mailtje waarin u mij zin geeft om dit boek aan ú en niemand anders toe te sturen. Ik laat u nog vóór Koning Willem een week op de troon heeft gezeten weten of u bij de gelukkigen bent.

Zo nee: meteen op 15 1 mei naar de boekhandel voor deze Aanrader van Eetschrijver! Of nú vast bij de uitgever reserveren.

Rijntjes Keukengeheimen
Lizet Kruyff en Judith Baehner, recepten van Jessica Lek, fotografie Louis Lemaire
Uitgeverij Good Cook Publishing
192 blz.
Adviesprijs € 29,95
ISBN 978 94 6143 083 0






Labels:

25 april 2013

Gezond en feestelijk

"Officieel programma 26 april", heft de advertentie in mijn dagblad aan, om voort te varen met "voor deelnemende scholen aan de Koningsspelen". Ja, dat kromme Nederlands uit dat Koningslied is besmettelijk, hoor. Dat had iedereen met een béétje taalinzicht op zijn klompen kunnen aanvoelen. Maar ja, te laat.

Hoe dan ook, de Koningsspelen die morgen het oranjebal openen, starten om 8:30 des morgens met wat de advertentie in oranje letters een "Gezond en feestelijk Koningsontbijt op school" noemt.

Gezond en feestelijk, godbetere.

Ik bedoel, móet dat nou weer? Een kenmerk van een feestelijke maaltijd, elke feestelijke maaltijd, is nou éénmaal dat je bij uitzondering eens lekker uit de band springt zonder je te bekommeren om elke microgram micronutriënt of elke halve kilocalorie. Feestelijk is onbezorgd en onbekommerd. Boven een feestelijke ontbijttafel hangt wat mij betreft per definitie niet de geest van Sonja Bakker, van wier "feestelijke" ontbijten ik ook maar nooit een feestelijk gevoel wist te krijgen.

Maar het kan nog erger.

Als je namelijk even googelt, kom je erachter waar dat Koningsontbijt dan wel uit bestaat. Het is vooral een feestje van product placement door de slimme marketingjongens van Unilever. De appels en de snoeptomaatjes zijn zowat het enige dat niet door de marketingmangel is gehaald. Zelfs het volkorenbrood kon niet zonder adjectief.

En ja, natuurlijk, ik heb het gezien. Als Blue Band zijn troep als "boter" etiketteert, posteert de nVWA binnen de kortste keren een peloton scherpschutters op het dak van het tegenoverliggende pand. Maar in het kader van de Koningsspelen komt het van overheidswege gesanctioneerde en tot aan de nek door het bedrijfsleven  gesponsorde Nationaal Comité Inhuldiging weg met deze verlakkende volkszegswijze. Alles om maar niet cultureel-elitair te lijken, nietwaar? Moet kunnen, voor een keertje. Het is immers feest?

Hoe dan ook zou dit gezonde en feestelijke Koningsontbijt, wanneer het mij werd voorgezet, een staat van diepe en langdurige treurnis veroorzaken. Het geheel doet mij nog het meest denken aan het ontbijtbuffet in een middelmatig Hollands hotel nadat het door de Duitse en Russische gasten is ontdaan van alles wat ook maar enigszins te knagen was om vervolgens niet meer aangevuld te worden. Moet je maar eerder je bed uit komen.

Maar wat ik vooral niet snap: wat was er nou tegen geweest om die schoolkinderen op deze bijzondere dag op school zélf een ontbijt te laten klaarmaken? Met verse spullen en onder leiding van iemand die goed over weet te brengen hoe leuk en lekker het wel is om gezond te eten en dat zélf te maken? Wat een feest voor die kinderen! Wat een gemiste kans! Maar ja, ik weet het. Daar vind je geen sponsors voor. Want feestelijk anno 2013 is alleen maar gezond als er een merk op staat.

Als ik nog schoolgaande kinderen had, hield ik ze thuis morgen. Of ze mochten pas weg na een feestelijk ontbijt zélf te hebben gemaakt en opgegeten. Ruim na achten.






Dagdeal (300x250)

23 april 2013

Armoede

Ondanks het onverwoestbare optimisme van Mark Rutte (wat eet die man eigenlijk voor zijn ontbijt?), gaat het met Nederland echt niet zo goed. Ik ken weinig mensen die niet op één of ander punt een stapje terug hebben moeten doen. Ja, lezers, ook in Huize Eetschrijver is één van de twee auto's de deur uit gedaan. Van eetschrijven word je niet zo rijk als men wel eens denkt. En van eetbloggen al helemaal niet.

Een paar dagen geleden luisterde ik in de auto (die ene overgeblevene, ja) naar een radioprogramma rond het thema De Nieuwe Armoede. Je kon de hoofdletters horen en ik weet niet hoe het met u is, eetlezer, maar ik vraag me dan meteen af wat er precies nieuw is aan die armoede. Hoe dan ook kwam er al na een paar minuten een dame aan het woord die met gepast sombere stem meldde dat ook zij de armoede aan den lijve ondervond: "Froeger ginge we hartstikke faak naar de snekbar, maar dat kén niet meer. Gelukkig heb ik geleerd hoe je thuis frietjes ken bakke".

Gelukkig was ik net op dat moment ter bestemming aangekomen zodat verdere schrijnende voorbeelden mij bespaard zijn gebleven. Wel had ik nu tenminste begrepen wat er nieuw was aan die armoede.

Weet u wat het is? We zijn aan het degenereren. Dat zie je ook al aan dat koningslied. Maar laat ik die oranje beerput niet nogmaals openen.






Weekdeals (336x280)

17 april 2013

Streekmarkt op het spoor

Ze doen het weer! Ze hadden het al eens eerder gedaan, de mensen van Gijs, een streekmarkt houden op het station van Hilversum, maar nu ze er dit jaar mee op herhaling gaan, wordt het vaste prik: een wekelijks evenement! Aanstaande vrijdag, overmorgen dus, wordt om 14:00 uur de aftrap gegeven.

Op dat moment wordt bij wijze van openingsplechtigheid de Cum Laude boerenkaas van Gerard Korevaar aangesneden. Laat ik u uit ervaring vertellen: vóór je je kaas zo mag noemen, moet hij echt wel iets in huis hebben.

Corné Ooms laat de lente proeven met heerlijk zoete Hollandse kasaardbeien en verse asperges van de Brabantse Wal. Bakker Richard Ribbink heeft ambachtelijke beschuit. De beschuiten worden rijkelijk met de hand belegd en zitten vol zaden en pitten. En de reizigers worden getrakteerd op een sappig appeltje van teler Dirk-Jan Lutterveld uit de Neder-Betuwe.

De Streekmarkt op station Hilversum is een samenwerking tussen NS en StreekSelecties, volgens de aankondiging om het verblijf op het station voor reizigers te veraangenamen. Ik zou zeggen: laat maar komen, die vertragingen!





Computer 10-daagse