Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

20 oktober 2016

Voedingscentrum, welk deel van "nee" begreep u niet?


Het Vinkje verdwijnt. Hallelujah! In dit opiniestuk, waar ik samen met Scato van Opstall het initiatief voor nam, staat precies uitgelegd waarom die Vinkjes, als ze al ooit hadden moeten ingevoerd, zo snel mogelijk uit de schappen moesten. Het is gelukt, mede dank zij een parallel gevoerde actie van de Consumentenbond.

Onmiddellijk kondigde de Minister van Volksgezondheid aan dat er in de plaats van het Vinkje een app zou worden ontwikkeld die de consument "meer toegespitste informatie" moet geven. Wie gaat die app ontwikkelen? Mooi: het Voedingscentrum. Dus niet de Stichting "Ik Kies Bewust", de strostichting die is opgericht door Schuttelaar & Partners, op zijn beurt weer het reclamebureau van Unilever en Friesland-Campina. Big Food is zijn plaatsje aan de knoppen dus eindelijk kwijt. Mooi zo.

Intussen is het Voedingscentrum aan het mijmeren over die app. Die moet, blijkens de berichtgeving, vanaf eind januari 2017 in stappen worden ingevoerd. Uiteindelijk moeten alle 150.000 producten die in supermarkten te koop zijn (want eten komt, dat weet iedere Nederlander, uitsluitend uit de supermarkt) in de app worden opgenomen.

Dan komt het Voedingscentrum met twee apen uit de mouw. Ten eerste zal de medewerking van fabrikanten en retailers worden gevraagd om een goede werking van de app te garanderen. Kom maar jongens, kom er maar bij. Met dat Vinkje hebben jullie de zaak totaal versjteerd, maar iedereen verdient een tweede kans. O nee, het Voedingscentrum heeft toestemming nodig om de data te kunnen gebruiken in de app. Wát? Toestemming om als onafhankelijke voorlichtingsinstantie informatie te kunnen geven over producten waarover alle informatie op het etiket is vermeld? Gewoon openbaar dus? In het kader van voorlichting? En dat zou niet mogen? Sorry, jongens. Kolder. Dat kan echt niemand jullie verbieden, net zo min als het mij verboden kan worden hier te melden dat het ontbijtproduct Fibre Flakes & Fruit van Albert Heijn voor 30% uit pure suiker bestaat. Dat mag gewoon, hoor mensen. Hoef je niemand te vragen.

De uitsmijter valt aan het eind van het artikel te lezen. "Het Voedingscentrum geeft ook aan dat een gezondheidsbevorderend logo (zoals het Vinkje bedoeld was) naast de app kan helpen om de gezonde keuze makkelijker te maken". Kortom: naast die app gaat, als het aan het Voedingscentrum ligt, gewoon een Vinkje 2.0 worden ingevoerd. Alsof er niets gebeurd is.

Kijk, dat het Voedingscentrum helemaal niet van dat Vinkje af wilde, is wel duidelijk. Dat het Voedingscentrum echt dol was op de samenwerking met Big Food, is evenmin een geheim. Maar dat één dag nadat het oude systeem eindelijk door de minister op de schop werd gedaan er schaamteloos wordt aangekondigd de oude situatie te gaan herstellen, dat is toch wel heel erg idioot. Het is te hopen dat de minister daar een stokje voor steekt. Leest u mee, mevrouw Schippers?

Of het met die app wat gaat worden? Laurens Sloot denkt van niet. Sloot is hoogleraar retail en marketing, wat op zich wel weer veelbetekenend is. Je wilt een achtergrondartikel schrijven over hoe we de Nederlander gezonder kunnen laten eten, dus who you gonna call? Ja, wie anders? Maar dat terzijde.

Gelukkig is Sloot ook een verstandig man. Hij heeft vraagtekens en ziet meer in goed onderwijs op de basisschool. Kijk, daar heb je het. Hoe kiezen consumenten bewust? Nou, niet door een logootje en een appje, want dan kiezen ze juist slaafs wat ze wordt voorgekauwd, het tegendeel van bewust dus. Wat heb je nodig om écht bewust te kunnen kiezen? Juist: degelijke informatie. Onderwijs dus. Laten we dáár maar eens in gaan investeren. Maar dan wel zonder de "hulp" van de voedingsindustrie.

Overigens blijf ik erbij dat de allerbeste keuzes op voedingsgebied doorgaans geen labeltjes hebben, en ook geen barcode, geen ingrediëntendeclaratie, geen etiket, en zelfs geen verpakking. Lijkt me ook nog eens héél makkelijk te onthouden, ook voor kinderen op de basisschool.






11 oktober 2016

Honig zonder!

Groot nieuws over Honig! Deze fabrikant van poedertjes waarmee je soepen en sauzen kunt nabootsen heeft aangekondigd de e-nummers te gaan verbannen. "Smaak is heel persoonlijk, maar hopelijk merken consumenten er niets van", orakelt de voormalige stijfselfabrikant.

Er kwam nog meer tekst uit. "Consumenten denken dat E-nummers niet gezond zijn en daar moeten wij naar luisteren. Wij hebben erg veel moeten experimenteren met kruiden en andere voedingsstoffen om dat voor mekaar te krijgen". Ja joh, dat is me wat! Kruiden en voedingsstoffen, dat je dáár ook iets eetbaars van kunt maken. Ze moeten bij Honig wekenlang met zonnebrillen gelopen hebben toen ze dat licht zagen. Ik kan me voorstellen dat daar heel wat hersengekraak aan vooraf is gegaan. En dat dan allemaal weer in die poedertjes verwerken, liefst met minimaal gebruik van dure ingrediënten zoals groenten: hoogstandje hoor!

Goed, alle gekheid op een stokje. Want wat blijkt bij navraag? De zo verfoeide e621 wordt vervangen door gistextract. Huh? Gistextract? Wat is dat precies? Nou, dat is mononatriumglutamaat. Oftewel  e621. Laat je niks wijsmaken over al dan niet "natuurlijke herkomst" die het verschil zou maken: chemische samenstelling is chemische samenstelling en gistextract is e621.

Nee, serieus. Die e-nummers, die verfoeide e-nummers die in de perceptie van de consument de baarlijke duivel zijn, zijn in feite een vrij positief fenomeen. Nee, niet omdat ze zo'n heerlijke manier zijn om bij minimale kosten een maximum aan hoerasmaakjes in allerlei twijfelachtig knutselvoer te proppen, maar omdat ze destijds bij invoering een einde hebben gemaakt aan een wildgroei van toevoegingen die van fabrikanten allerlei fantasiebenamingen kregen. Dát zorgde er pas voor dat niemand meer wist wat hij at. Die e-nummers kun je zó in een lijst opzoeken. Je weet precies wat je binnenkrijgt--als je tenminste de moeite neemt even dat etiket te lezen. Waarna je het wijze besluit kunt nemen die troep links te laten liggen.

Al die hysterie en dat gefulmineer dat zich richt tegen e-nummers in plaats van tegen toegevoegde knutselstofjes krijgt hier dus een omgekeerd effect. De duidelijkheid verdwijnt, het stofje niet. Willen we dat? Lijkt me niet.

Intussen hebben we hier louter bombarie, fanfare en gebakken lucht. Want één ding verandert er niet bij Honig: van de groenten die zo glorierijk op de verpakking staan afgebeeld, zitten er nog altijd maar minimale hoeveelheden in de poedertjes. Maar dat zegt collega Karin al heel treffend.




19 september 2016

Voedselonderwijs? Ja, maar en mits...


Voedselonderwijs verplicht voor ieder kind. Eindelijk, denk je dan. Er zijn al diverse generaties opgegroeid zonder veel basiskennis van hun eten, waar het vandaan komt, hoe het op je bord belandt en wat het met je lijf doet. En wie die kennis als kind niet meekrijgt, kan hem ook niet doorgeven aan zijn eigen kinderen. Dus voedselonderwijs móet. Wie kan dáár nou tegen zijn?

En gelukkig: vandaag is het zo ver. Het kabinet trekt 5,7 miljoen euro uit voor een lespakket over gezond eten. De staatssecretaris van Volksgezondheid is er ook blij mee: “Hoe mooi is het als kinderen straks het goede voorbeeld geven aan hun ouders? Kinderen leren op school hoe leuk en lekker gezond eten kan zijn en ouders kunnen meegenieten van zelfbereid eten en zelf verbouwde groenten die kinderen meenemen naar huis. Daar begint gezond opgroeien”.

Ziet er geweldig uit. Een goed moment om even de pret te gaan bederven en me hardop af te vragen wat er nu in de praktijk precies gaat gebeuren. Wat de inhoud van dat voedselonderwijs gaan worden.

Kijk, voedingsvoorlichting is er al in Nederland. We hebben een Voedingscentrum. Dat geeft adviezen die gebaseerd zijn op de input van de Gezondheidsraad. Die input moet vertaald worden naar gewonemensentaal, en dat moet allemaal vooral kort en dus ongenuanceerd. Dat leidt dan tot campagnes waar ik in het verleden niet onverdeeld blij mee was. Zoals deze en deze. En tot steun aan een draak van een label als het Vinkje (of eigenlijk: de Vinkjes), waar zelfs de initiatiefnemers zélf in verstrikt raken en dat dan ook van mij en een aantal collega's stante pede mag verdwijnen. En dan heb je ook nog JOGG, dat heel regelmatig gewoon het probleem niet ziet.

Die partijen blijken het allemaal niet te kunnen. Hoe dat komt? Om te beginnen natuurlijk doordat ze het op moeten nemen tegen marketeers met forse budgetten die ons trakteren op stukjes beleving en allerhande schijnvoordelen van producten. En ten tweede zeer beslist doordat ze ook nog eens moeten samenwerken met precies diezelfde marketeers. Want die hebben iets waar bovenstaande instanties te kort aan hebben: geld. En ze hebben aan de andere kant het verkooppotentieel van de gezondheidsclaim terdege ontdekt (die Vinkjes waar ik het over had? Bedacht door het reclamebureau van Unilever en Friesland-Campina en vervolgens, omdat dat toch wat vreemd oogt, ondergebracht in een door henzelf opgerichte stichting).

En dat is het grootste probleem van de voedingsvoorlichting in Nederland: de vinger in de pap van Big Food.

Dat is de reden dat ik de petitie bedoeld in de illustratie bij dit stukje niet heb getekend. Omdat tussen de vele initiatiefnemers ook het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (een koepel van fabrikanten van industrieel voedsel) staat, terwijl tussen de ondersteuners Albert Heijn staat. En zo komen we wat mij betreft van de regen in de drup. Ik neem het deze instanties helemaal niet kwalijk dat ze geld willen verdienen, maar je stelt de vos nou éénmaal niet aan als bewaker van het kippenhok.

Kan het anders? Vast wel. Met voldoende geld en voldoende goede wil, en een goed afgebakend gemeenschappelijk uitgangspunt. Waar bijvoorbeeld deel van zou kunnen uitmaken dat voedsel met een merk per definitie buiten het lespakket blijft. Dat is tenslotte een omweg die niet relevant is.

Gaat dat ook gebeuren? Ik weet het niet, maar ik vrees van niet. Want dat geld komt er niet als het niet van Big Food komt. Omdat onze regering nog altijd niet de conclusie heeft getrokken dat goede voeding de basis is van een goede gezondheid en dat je dus met goede voedingsvoorlichting zonder inmenging van commerciële partijen zo veel op volksgezondheid kunt besparen dat het project zichzelf op termijn moeiteloos zou moeten kunnen terugverdienen.

Maar dat is op termijn. En de verkiezingen zijn morgen. En het geld is vandaag nodig. Dus de kans is levensgroot dat ook dit nieuwe project weer verzandt in een feestje van product placement zoals dat vermaledijde "gezonde ontbijt" op Koningsdag.

Jammer.




Topspots: rondje culinaire voorpret


Je hebt zo'n blog niet voor niets: een beetje zelfpromotie moet kunnen op zijn tijd. Wat zeg ik? Dit blog is natuurlijk één en al zelfpromotie. Ik wil hier immers vooral aan potentiële afnemers laten zien dat ik schrijven kan en verstand heb van dingen. En uiteraard ook hoe goed ik hun adverteerders kan wegjagen door keihard en eerlijk te zijn over alles wat mij niet zint. Dat is dan weer commercieel wat zwakker van mij natuurlijk.

Maar af en toe mag ik dan toch de vlag uitsteken voor een nieuwe opdrachtgever. Zoals nu Topspots, de nieuwe website van Jan Bartelsman, waaraan ik regelmatig zal bijdragen. Het gaat om een meertalig food-fotoplatform waar een internationale media mix met teksten van vooraanstaande culinair journalisten (ja, zo staat dat in het persbericht, dat u maar weet dat ik echt wel iets voorstel!), gastronomische deals en een breed scala aan food- en interieurfotografie te vinden zijn.

TopSpots is niet zó maar de zoveelste online restaurantgids. Om te beginnen is het een curated site: wie erop staat en wie niet wordt bepaald door redactioneel beleid. Dat gaat natuurlijk in tegen de trend van sites die 100% crowdsourced heten te zijn, maar laten we eerlijk zijn: daarop wordt steeds meer gestuurd vanuit de commerciële hoek zodat bezoekers totaal geen zicht meer hebben op wat er nu van directiewege een extra zetje heeft gekregen en wat niet. Dit is puur redactie. Wel zo eerlijk en transparant.

Wat de site écht onderscheidt is natuurlijk de schitterende fotografie van Jan Bartelsman, de meervoudig bekroonde foodfotograaf. Mooie beelden die, om een perfecte en complete indruk te geven, beeldvullend uit te vergroten zijn voor zowel computer als telefoon. Daarnaast bevat het up to date recensies van de meest toonaangevende culinair journalisten en leuke extra’s. Op TopSpots vind je dus een selectie zaken, van kroegen tot sterrenrestaurants, die echt een toevoeging zijn voor een stad en de journalisten vertellen je maar al te graag waarom.

TopSpots laat ook zien welke restaurants, in samenwerking met ambachtelijke producenten, hapjes en drankjes weggeven voor gebruikers van de site. Op dit moment zijn er leuke extra’s bij diverse restaurants van o.a. kaviaar amuses van Annadutch, gin tonic sorbet van Hermit Dutch coastal gin en ijsmaker Metropolitan, mixen van Nobeltje likeur uit Ameland en garnalenkroketten van Peek uit Texel. Op de website is te zien welke verwennerij in welke restaurants wordt geserveerd. U hoeft dan alleen maar je telefoon te laten zien waarop het restaurant dat u bezoekt in TopSpots is geopend.

Amsterdam, 16 september 2016 – Gistermiddag lanceerde fotograaf Jan Bartelsman zijn nieuwe meertalige food fotoplatform waar een internationale media mix met teksten van vooraanstaande culinaire journalisten, gastronomische deals en een breed scala aan food en interieur fotografie te vinden is. De lancering vond plaats in restaurant Meneer de Wit Heeft Honger in centrum Meneer de Wit, de plek waar tevens vandaag zijn galerie Food Art Mister White is geopend.

Dat de foodfotografie van Jan Bartelsman watertandend is, is met één blik duidelijk. Daarom is het misschien wel leuk te vermelden dat in de tegelijk met de website geopende galerie Food Art Mister White aan de Baarsjesweg 203 in Amsterdam (een initiatief van Bartelsman in samenwerking met Eveline Jaeger en het restaurant Meneer de Wit, als allereerst een expositie plaatsvindt van de fotografie die voor de site is gebruikt. Deze expositie is tot 15 december te zien. Vervolgens komen er andere exposities waarin eten en drinken centraal zullen staan.

Hoe dan ook: uit eten en wat culinaire voorpret beleven? Allen naar TopSpots. Uw Eetschrijver verbond er met genoegen zijn naam aan, net als een aantal schrijvers die toch behoorlijk wat méér voorstellen dan hij. Dat eerlijk gezegd dan ook weer wel.

Groen gelul


Er zijn van die zekerheden in het leven. Zoals dat diëtisten je zaken vertellen die een beetje wetenschappelijk onderbouwd zijn. Zoals dat een serieuze krant die een interview afneemt daarbij ook een beetje kritische vragen stelt. Onder beide zekerheden werd dit weekend door de serieuze krant NRC de bodem weggeslagen in een interview van Rinskje Koelewijn met de dames van The Green Happiness, beiden diëtist.

'Hun dag begint met oil pulling. Een theelepeltje kokosolie in de mond, twintig minuten spoelen, en alle afvalstoffen zouden zijn verdwenen'.

'Wat eet je als je green en happy wilt worden? Geen zuivel in elk geval, want dat zou het lichaam verzuren. Geen eieren („de menstruatie van een kip”), geen gluten, want die beschadigen de darmwand. Liever geen vlees en ook geen vis want daar zit zoveel rommel in dat vissen vaak zelf tumoren hebben. Soja dan maar, in plaats van zuivel en vlees? Nee, nee, ook niet te veel soja, want dat is verstorend voor de hormoonhuishouding. Noten en avocado’s als bron van eiwitten? Nee, dat is nou precies de fout die zij zelf ook maakten toen ze net begonnen met gezond eten. „Het is óf noten, óf avocado, óf een scheutje olijfolie. Doe je alle drie dan stop je jezelf vol met vet, je vertering vertraagt en de glucose bereikt je cellen niet.”'

'We vertellen niks nieuws, zeggen Merel en Tessa. Onze kennis over voeding bestaat al honderden jaren, het is alleen verstoft en vergeten. Eten, zeggen zij, is overbodig gecompliceerd en verwarrend gemaakt'.

Eigenlijk zou ik het gewoon bij deze drie citaten uit het interview moeten laten. Twintig minuten spoelen met een lepeltje kokosolie om de afvalstoffen te laten verdwijnen--iets waarvoor een normaal mens het toilet bezoekt. Een resem ongelooflijk ingewikkelde regels over wat niet en wat wel en wat vooral nooit met wat, en dan het statement dat eten overbodig gecompliceerd en verwarrend is gemaakt. Je zou voor minder in homerisch gelach uitbarsten.

Maar kennelijk worden de adviezen van The Green Happiness door steeds grotere groepen mensen serieus genomen. In één jaar tijd is het uitgegroeid tot een bedrijf waar zestien mensen werken. Er lopen 200.000 mensen achteraan die elkaar en hun omgeving druk blijken te evangeliseren. En van een boek "Your 50 Days Of Green Happiness", waaraan een prijskaartje hangt van 64 (VIERENZESTIG) euro zijn iets van 50.000 exemplaren verkocht. De wintereditie (54 euro, toe maar) stokte bij "slechts" ruim 30.000 exemplaren en is momenteel uitverkocht. Op de volgende wintereditie kan al worden vooringetekend.

Toe maar. En dat is alleen nog maar het Nederlands taalgebied. Het gerucht gaat--en misschien is dat dus ook gewoon niet waar--dat The Green Happiness zijn activiteiten wil uitbreiden naar de VS, om daar binnen te lopen.


Ja! Waar maak ik me eigenlijk druk over? Waarom laat ik mensen niet eten wat ze willen eten en volgen wie ze willen volgen?

Ik zou kunnen volstaan met de mededeling dat analyse en duiding bij mijn werk behoren, omdat ik nou éénmaal journalist, publicist en auteur ben. Maar laat ik me er niet met een dooddoener vanaf maken.

De dames van The Green Happiness vertellen in het interview dat ze géén wetenschapper zijn en alleen vertellen "wat je diep van binnen al wist". Terzelfdertijd staat vermeld dat beiden diëtist zijn (dat staat ook op hun website: NVD-lid, BIG-registratie én KP-gekeurd). En ook komt in het verhaal ter sprake dat beider moeders kanker kregen--één overleed eraan, één herstelde. Waarop de mededeling volgt "Niet dat we willen beweren dat onze moeders kanker kregen door wat ze aten…”. Nee. Maar intussen zeg je het eigenlijk wél. En ontleen je aan je status van diëtist en paramedicus autoriteit die je vervolgens niet waarmaakt.

Is dat erg? Ja, dat is erg.

Want je verkoopt gebakken lucht en speelt daarbij met de gezondheid van je volgers en lezers. De adviezen die de dames van The Green Happiness geven in hun boek rammelen vanuit voedingskundig oogpunt aan alle kanten. Wie hun raad opvolgt, loopt allerlei tekorten op. Aan vitamines D en B12. Aan calcium. Aan vetten en eiwitten. Dat zijn geen dingen waar je zó maar overheen kunt fietsen--ze gaan je op termijn opbreken. Op lange termijn doorgaans, dat wel. Helaas.

Er klopt nog veel meer niet in die boeken. Nog héél veel meer. Je bent wel vrij om het allemaal op te schrijven (ook de NVD ziet er, enigszins tot mijn verbazing, kennelijk geen graten in) en ook mogen mensen natuurlijk eten wat ze willen eten en volgen wie ze willen volgen (dat de volksgezondheid achteruit kachelt en de zorg op termijn onbetaalbaar wordt, tja, dat is jammer maar helaas). Maar het is wel een gegeven dat in de moderne samenleving, waarin iedereen potentieel over zijn eigen massamedium beschikt, niet noodzakelijk het best onderbouwde verhaal wint, maar vooral het verhaal waar de mensen het meest blij van worden.

Dus ja, blij maken, dat is de boodschap. Met twee meiden die er fantastisch uitzien en foto's die getuigen van een benijdenswaardig leven. Ja, vind je het gek? Ze zijn 26 en verdienen geld als water.

Gevolg is wel dat we steeds verder afraken van wat écht een normaal en gezond eetpatroon is. Aan de ene kant zijn er de adviezen van het Voedingscentrum, die wel in grote lijnen kloppen maar waar niemand echt vrolijk van wordt. Aan de andere kant zijn er de marketingpraatjes van Big Food, waarbij gebruik wordt gemaakt van door henzelf opgerichte clubjes als de Stichting Ik Kies Bewust (die van die Vinkjes), die je wel een soort marketingblij maken maar die je ook vooral van de wal in de sloot helpen. En tussen die twee, tussen wat wel werkt en je niet blij maakt enerzijds en wat je wel blij maakt maar niet werkt anderzijds, ontstaat er dan speelruimte voor een stroming die zijn geloofwaardigheid ontleent aan extreme en uiterst vergezochte voedingspatronen die doorgaans op hun beurt hun geloofwaardigheid ontlenen aan een mix van blijheid, bangmakerij en indianenverhalen maar die over het algemeen elke feitelijke basis mist. Hey, wetenschap is óók maar een mening, weet je wel?

Het is de 21e-eeuwse variant van de 19e-eeuwse kwakzalvers met hun drankjes. Hoe duurder en smeriger het drankje, hoe meer mensen dat zagen als bewijs dat het wel zou werken. Het is nu al niet anders: verzin een verhaal dat vergezocht genoeg is, en je kunt er vergif op innemen dat hele resems mensen dat zullen interpreteren als een aanwijzing dat jij de heilige graal hebt gevonden: blijheid en gezondheid inéén, en dat allemaal zonder dat je in de klauwen terechtkomt van Big Food en Big Pharma.

Dat ze zich intussen laten inpakken door Big Money ontgaat de meesten. 50.000 maal 64 euro, en dat alleen in het Nederlands taalgebied? Een aardig beginnetje, zou je zo zeggen. Plus de rest van de inkomsten uit wat er, te oordelen aan de website, uitziet als een heel aardig zakenimperiumpje.

Maar kom: kijk die twee blije meiden nou eens. De gezondheid, de glamour en de vrolijkheid spatten ervan af. Daar wil je toch zo veel mogelijk op lijken? Zo'n feestje moet je niet willen bederven. Dat vindt kennelijk zelfs de NRC, slijpsteen voor de geest.


EDIT: Net op het moment dat ik dit stukje online zet, verschijnen er op Twitter links naar dit stukje van klinisch epidemioloog Liesbeth Oerlemans. Ik zeg: lezen! Dát is onderbouwd!

06 september 2016

Terug naar Hemingway


Geef toe: dat klinkt dubbel literair, zo met een vleugje Hemingway en een vleugje Wolkers. De realiteit was dat ik eind juni andermaal gemaild werd door restaurant Hemingway. Ze hadden de feedback van de in maart aangeschoven journalisten goed kunnen gebruiken en voelde ik er misschien voor eens te kijken wat ze daarmee gedaan hadden? Nu is Bergen op Zoom niet naast de deur, maar chefkok Sander Doggen had mij voor zich weten te winnen en bovendien wilde het toeval dat ik de dag nadien 's morgens in Vlissingen werd verwacht. Het leek me een duidelijke vingerwijzing van de voorzienigheid en Hemingway moet vanuit het hiernamaals goedkeurend geknikt hebben.

Ik knikte trouwens ook goedkeurend, want ik had er zin in. Als een repertoire dat al zo goed in elkaar zit nog verbeterd is, dan vind ik een kennismaking daarmee niet de meest vervelende kant van mijn beroep. Bovendien kon ik nu misschien die chocolade proeven die er de vorige keer bij in was geschoten. Enfin, genoeg inleidende beschietingen. Aan tafel!




Enfin, na de Ruiniart champagne en de gegratineerde oester dan, waarvan we genoten op het prettige terras van Hemingway.

Vervolgens kwam een oude bekende op tafel, weliswaar in een nieuw jasje. De "paling in het groen" (gerookte paling, zeevenkel, waldorf, yuzu, Granny Smith) bleek ingrijpend geüpdatet. Hij was beslist lichtvoetiger geworden, speelser, eleganter. De chardonnay die erbij geschonken werd, van Bergsig Estate in Zuid-Afrika, paste er verrassend goed bij.

Echt oogstrelend was de ceviche van zwaardvis waarmee we verder gingen, een mooi feestje van kleuren, smaken en texturen, met pepquiño, passievrucht, rode peper en avocado. Dan blijkt wat een mooie riesling vermag, van het huis Hain uit Piesport aan de Moezel Duitsland--en hoe enorm veel vooruitgang er in die regio is gemaakt in vergelijking met de Piesporters van nog maar een paar decennia geleden.



Na een zomerse erwtensoep met mojitoschuim (verrassend!) en een kreeftenbisque met cognac en bosui die we nog kenden van de vorige lunch, ging het menu verder met een coquille met langzaam gegaard buikspek, lamsoor en kerrie, met schuim van mosselen. Dit gerecht klopte werkelijk op alle punten en ook de albariño (Piedra del Mar, Spanje) was er geweldig bij.

Met kalfzwezerik maak je mij altijd blij, en deze was precies goed. De zachte prei, de selderij en een paddenstoelensaus gaven de smeuïgheid van het populaire stukje orgaanvlees precies het goede escorte mee. Daarbij kwam een bardolino (Torre del Falasco, Italië), ook alweer een wijn die nog maar betrekkelijk kortgeleden voor tweederangs slobber doorging maar die bij de betere huizen een spectaculaire ontwikkeling heeft doorgemaakt. Ook deze combinatie werkte heel goed.



De hoofdgerechten worden ingezet met een vegetarisch gerechtje: parelgort met king-boleet en een wolk van jonge knoflook, met daarbij opnieuw een wijn van Torre del Falasco, deze keer een garganega, gemaakt van een wat minder bekende druif uit de Veneto die een heerlijke citrusachtige, minerale wijn oplevert die toch mooi vol en vet in de mond is.

De kipcorn is vervolgens weer de speelsheid van Sander Doggen in optima forma: een prachtige Franse boerderijkip, met piccallilly, maïs, pistache en baconzout, een feestje van smaken en texturen. Hierbij komt een wijn uit Bierzo in Spanje, de Petit Pittacum gemaakt van de mencíadruif. Mooi vol en toch fris en fruitig, een puike match.



We gaan naar de desserts toe. Dat waren er een drietal: de elegante cherry cheesecake (Hollandse kersen, cheesecake, sorbetijs van kriekbier en chioggiabiet) waarbij zowaar een smakelijk biertje werd geschonken, een kriekenlambiek van Mort Subite, de speelse en fantastisch leuk bedachte Napoleon ijspastilles van bergamot, champagne-limoncellosorbet en granité van vlierbloesem met daarbij zowaar een moment van twijfel bij de sommelier--wat vonden we lekkerder, de Eugenio collavini spumante uit Italië of de limoncello? (geen enkele twijfel, de laatste!) en tot slot de oogstrelende framboos, geserveerd met sorbet van olijfolie, basilicum, hangop en meringue van Granny Smith waarmee de cirkel mooi rond werd gemaakt, met daarbij in het glas een moscato rosa di Monte Torre van de Cantina Gorgo.




Was het afgelopen? Nee, want deze keer kon ik blijven voor de koffie met chocolade. Héél fijne chocolade, mag ik wel zeggen, creaties van de dochter van eigenaar Frans Hazen--beslist de moeite waard om nog eens voor terug te komen.


Na deze lunch volgde er voor mij geen diner. Ik maakte een prettige wandeling door Bergen op Zoom en betrok mijn kamer in het oudste hotel van Nederland, wat ook al een fijne ervaring was. Maar dat terzijde--ik ben tenslotte eetschrijver en geen slaapschrijver.

(verantwoording: de lunch en de overnachting zijn mij en mijn collega's aangeboden. De reis naar Bergen op Zoom heb ik zelf betaald. Ik heb geen commerciële banden met restaurant Hemingway of Hotel de Draak en ben verder niet betaald voor deze bespreking)

30 augustus 2016

Op je krent zitten en kurkuma schransen


Weet u wat volgens mij de grootste hobbel is op weg naar een gezond eet- en leefpatroon? Nee, niet zozeer het feit dat je daarvoor moeite moet doen en je dingen moet ontzeggen, want eigenlijk is dat niet eens zo. Bewegen is leuk en gezond eten is lekker. Dat is het probleem niet. Het probleem is de ruis op de lijn van allerlei mensen, media en marketeers die je willen laten geloven dat bewegen vervelend en tijdrovend is, en gezond eten saai en al even tijdrovend. Tijd die je hard nodig hebt voor écht genieten: een Knorr Wereldmenu met een Monatoetje na, en vervolgens een avondje plezier op de bank voor de buis.

Diezelfde mensen, media en marketeers hebben bovendien met de regelmaat van de klok goed nieuws voor je. Lekker eten van pure ingrediënten waaraan je zelf tijd en aandacht  besteedt hóeft helemaal niet--koop in de super een pakje, bakje of zakje met een Vinkje erop en je bent onder de pannen. En dat bewegen, daar kun je eigenlijk ook wel buiten. Er zijn namelijk Superfoods die dat geheel overbodig maken.

Ja, echt. En als u dat gelooft, maken ze u met plezier nog wel iets anders wijs. Hoe dan ook: kurkuma, mensen. Kurkuma lost alles op! Kurkuma kan moeiteloos de plaats innemen van al uw lichaamsbeweging. Kijk maar wat Flair erover zegt. Toch niet het eerste het beste blad, nietwaar?

Jazeker: "bewezen" staat er. Hoe, wanneer, waar en door wie dat precies bewezen is, meldt Flair helaas niet, maar ze zullen het daar vast wel weten. Bovendien: klinkt je dat niet als muziek in de oren? Nou, niet zeuren dan!

Waar heeft Flair deze bewezen wetenschap eigenlijk vandaan? Een persbericht van een universiteit waar een baanbrekende ontdekking is gedaan? Nou nee. De bron is Yoors! ('the Source is Yoors'--die slagzin moet ik ze proberen te verkopen, maar dat terzijde)

Nog nooit van gehoord? Ik kende ook alleen maar de naam. Zullen we beautyblogger Serena even aan het woord laten om te vertellen wat Yoors precies is? Kom er maar in, Serena!

Nee, dat is flauw. We kunnen eigenlijk veel beter Yoors zélf even laten vertellen wat Yoors precies is: een site waar alles om Eerlijk, Delen en Gelijkheid gaat. Eerlijk omdat je er onder gelijkgestemden bent, Delen omdat 80% van de inkomsten naar de leden terugvloeien, en Gelijkheid omdat aanbieder en consument er op gelijke voet staan. Alleen als je aanbiedingen wilt ontvangen, krijg je die en nog een paar centen op de koop toe. Te mooi om waar te zijn? Nee hoor!

Plaatje duidelijk? Welkom in de wondere wereld van de clickbait. De wereld waarin de spectaculaire kletsverhalen over elkaar heen buitelen, waar vervolgens via reclame-inkomsten aan wordt verdiend. De waarheid? Die komt er niet op aan. Dat is nou éénmaal de prijs die je betaalt voor gratis informatie. Die je, dat spreekt vanzelf, als muziek in de oren klinkt.

Overigens, nog even over die kurkuma. Ik wilde er even 150 gram van afwegen om een foto van te maken, maar helaas: het potje dat ik in huis heb, bevatte helemaal vol slechts 44 gram. Scoor dus even een groothandelspas en koop een paar van deze kloeke potten ter grootte van een literpak melk. Die bevatten drie goede mokken vol van het poedertje, een pond wel, en met slechts tien van deze potten kun je dus dik een maand vooruit. Voedzaam ook nog, want je dagelijkse portie is zó maar een kwart van je totale energiebehoefde. Je kunt er dus makkelijk je lunch mee doen, met vermoedelijk een paar glazen water erbij. Smakelijk! Ga ik intussen even lekker een rondje hardlopen.




Chaos!


Goed, we gooien 'm er nog een keer in. Twéé Vinkjes dus. Het linker, het blauwe, staat voor een "bewuste keuze binnen deze productgroep". Het rechter, het groene (hoewel het vinkje dus net zo blauw is), staat voor een "gezondere keuze binnen deze productgroep". De huiskamervraag luidt dus nu: met welke kleur Vinkje heb je nou de beste keuze te pakken?

Nee, net wat u zegt: dat komt niet uit de verf. Nog afgezien van het feit dat deze Vinkjes in werkelijkheid behoorlijk klein staan afgedrukt: je ziet het verschil sowieso nauwelijks. Bovendien klinken bewust en gezonder allebei prima, toch?

Ja, precies. En dat was nou juist, zoals ik al eerder in illuster gezelschap uitlegde, het probleem, Chaos was het, opperste verwarring bij de consument, ook nog wel sporadisch al bij de experts van het Voedingscentrum en, zo bleek onlangs, zelfs bij de stichting die het heeft uitgevonden. Verwarring en chaos waar nu eindelijk een einde aan komt: de Stichting Ik Kies Bewust heeft, onder forse druk van de publieke opinie, te langen leste ingezien dat dat blauwe Vinkje niet houdbaar is. Het moet weg.

Maar dat vindt de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie niet fijn. Het wordt chaos! En bovendien zijn er op deze manier nog maar een kleine 15% van de producten in de winkel van die Echte Aanraders. Een dikke 85% is dat niet meer. Waaronder allerlei marginaal minder ongezonde frisdranken, ijstaarten, toetjes en snoeperij. Wat erg toch!

"Nu is iedereen weer even goed", klaagt Léon Jansen van de club industriëlen. Nou ja, dat is natuurlijk een manier om het te zeggen. Je kunt ook zeggen dat iedereen weer even slecht is, en dat komt een heel stuk dichter bij de waarheid. Want dat blauwe Vinkje heeft jarenlang tegengehouden dat er vanuit diverse voorlichtingsinstanties nu eens keihard werd gezegd dat je beter géén frisdrank kunt drinken, géén ijs, géén toetjes en géén snoep kunt nemen. Dat je gewoon eens goed moet onthouden dat je dat soort dingen moet zien als een traktatie voor af en toe, en niet als een bewuste keuze waar je lekker van kunt pakken want het is immers zo bewust? Eindelijk komt er een eind aan dat blauwe schaamlapvinkje, die pleister op dat houten been, dat alibi voor mensen die diep in hun hart wel beter wisten om toch te bezwijken voor de verleiding en zo geld in het laatje te brengen.

Léon Jansen baalt ervan. Wat interessant is, want behalve woordvoerder van de NFLI is Léon Jansen ook nog iets bij diezelfde Stichting Ik Kies Bewust die dat blauwe Vinkje wegadviseert. Hij is er één van de medeoprichters en de secretaris van, en bovendien is hij strategisch adviseur bij Schuttelaar & Partners, het reclamebureau dat het Vinkje heeft bedacht. Dat is hij allemaal nog steeds, maar nu even niet. Nu blijkt hij toch vooral een voedingsindustrieel die boos is omdat hij niet meer mag doen of een aantal van zijn producten best wel reuze gezond zijn. O nee, sorry, bewust natuurlijk.

De vos die zichzelf laat kennen als bewaker van het kippenhok, dus weer eens. En vooral dát lijkt me bijster ongezond. Enfin, dat had u natuurlijk zelf allemaal al geconcludeerd na lezing van het Antidieetboek. Toch?


26 augustus 2016

(geen boek over) Suiker


Dit moet je beslist lezen, zei een kennis me. Ik trok een gezicht. Boeken met "suiker" in de titel gaan maar al te vaak over "suikervrij eten", "leven zonder suiker" en aanverwante strevens (spoiler: suikervrij eten is onmogelijk; in al ons voedsel zit minimaal een kleine hoeveelheid suiker). En wie was Onno Wesseling?

Goed. Het werd me snel duidelijk gemaakt: "Suiker" is weliswaar een boek over suiker, maar geen goeroeboek; het is een roman. Een roman over de liefde voor het vak van pâtissier. Een oud Nederlands woord daarvoor is suikerbakker. En daar gaat dit boek over: over een jongetje van adellijke komaf dat zijn verstikkende milieu verlaat, besluit dat hij liever in de keuken staat en per ongeluk in contact komt met één van de meest gevierde pâtissiers (door Wesseling "Zuckerbäcker" genoemd, waarvoor hij vast zijn redenen heeft, maar ik vond juist dat niets toevoegen) van Europa, een Zwitser die furore maakt in Venetië.

Ik hield van deze roman, die bol staat van de onmogelijke liefdes die toch blijken te kunnen, en dan toch ook weer niet. In feite wordt--en dat is misschien wel het mooiste van dit boek--de liefde tussen man en vrouw prachtig verweven met de liefde tussen man en ambacht, met in allebei teleurstelling, bedrog, rivaliteit, verraad en nog veel meer.

"Suiker" is volgens de flaptekst een boek over wat er gebeurt als mensen op je vertrouwen terwijl dat vertrouwen niet terecht is. Het zal wel kloppen: zo'n flap wordt gemaakt in overleg met de auteur. Maar ik kon daarin niet het belangrijkste thema van het boek herkennen. Het boek gaat vooral over emotie, de intense emotie die alleen uit liefde en overgave voortkomt. Waarbij die liefde en overgave gelijkelijk verdeeld worden tussen de vleselijke liefde en de liefde voor het perfecte product van een totaal toegewijde vakman.

Het is vanwege dat laatste feest der herkenning (en verder om het briljante en totaal onverwachte slot) dat ik besloot het boek hier te bespreken. Omdat ik het een aanrader vind voor iedereen die de liefde voor goed voedsel en culinair vakmanschap herkent. U dus, eetlezer. Lees dit boek!

Suiker
Onno Wesseling
Paperback
Uitgeverij De Geus
348 blz.
Adviesprijs 19,95 
ISBN 978 90 445 2822 0
Ook als e-book, 9,99



Labels:

08 augustus 2016

Nieuw! Gezond eten is niet gezond!



"Toch maken de deskundigen zich zorgen, want als je té gezond eet, kan dat heel ongezond worden en zelfs gevaarlijk, doordat je bijvoorbeeld bepaalde voedingsstoffen mist".

Ja, lees dat nóg maar een keer. Het staat er écht: té gezond eten kan ongezond zijn. Tja, die deskundigen dachten ook: iedereen maakt tegenwoordig furore met een gezondheidshype, laten wij ook maar eens een keer. En dan rolt er zoiets uit--vermoedelijk overigens nadat de bureauredacteuren van RTL erop los zijn gegaan, met hun al even hippige visie op de betekenis van het woord "gezond".

Moe, doodmoe word je ervan.

De ellende is: je ziet wat ze bedoelen, die deskundigen,  en met die bedoeling ben ik het nog eens ook. De gekkigheden buitelen inderdaad over elkaar heen. Zo'n Rens Kroes met haar glazen kleiwater, de natuurgeneeskundigen met hun meer op hocuspocus dan op wetenschap gestoelde en dan ook totaal inconsequente adviezen, de tarwegrasclubs die vinden dat je maar gewoon bacteriologisch besmette poep moet eten omdat het tegen de religie is om het spul behoorlijk te reinigen.

Allemaal totale idioterie, ja. Maar wie daaruit de conclusie trekt dat mensen "te veel bezig zijn met gezond eten" en dat "te gezond eten ongezond is", leutert al even zwaar uit zijn nek.

Want mensen zijn helemaal niet te veel bezig met gezond eten. Ze zijn vooral VERKEERD en daardoor totaal vruchteloos bezig met gezond eten. Ze zoeken gezondheid in allerlei wondermiddeltjes, niet zelden in de hoop dat ze dan door kunnen gaan met hun ongezonde gewoonten. Lekker gemaksvoedsel eten, lekker veel frisdrank in huis blijven halen, lekker twee keer per week naar de McDrive voor een portie McKlef met een supersized beker McMierzoet.

Nee, dat werkt niet.

Want gezond eten komt niet uit de ketel van Panoramix. In "gezond eten" is eten een werkwoord. Er is wat aandacht voor nodig. Er moet wat tijd en moeite in geïnvesteerd worden. Het komt je niet aanwaaien en het zit al helemaal niet in een bekertje blubber of een zakje zangzaad. Gezond eten hangt sowieso meer af van wat je laat staan dan van wat je eet.

Enfin, dat heb ik allemaal al eens uitgelegd in het Antidieetboek. Een boek dat ik voor de verdiensten natuurlijk veel beter een titel had kunnen geven met "killerbody" of zoiets erin, maar zo ben ik nou eenmaal niet. Een boek waar er lang geen honderdduizend van verkocht zijn, maar waarover wel nog steeds zo ongeveer wekelijks lezers me mailen dat het wérkt. Wat ik al weet overigens, want het werkte bij mij ook. Nee, ik ben er niet zo knap en lekker van geworden als Rens. Maar Rens is dan ook nog geen 30, en ik ben 61.

Zo. En na al dat schaamteloze geplug--ik zal er geen gewoonte van maken maar ik word soms ook gewoon een beetje boos van al die desinformatie--krijgt u nu een stukje Antidieetboek van me cadeau. Namelijk mijn eigen "schijf van vijf". De basis voor gezond eten. Zonder gras met poep of andere kolder. Komt-ie:


  • eet gevarieerd
  • eet niet te veel
  • eet niet uit pakjes, bakjes of zakjes
  • eet lekker
  • haal je calorieën uit je eten, niet uit je drinken


Gewoon 's proberen. Ik garandeer u dat het niet "te gezond" is. Het is wel bijna té simpel, ja. Dat wel. Mooi hè?


21 april 2016

"Ik Kies Bewust" snapt het Vinkje zélf niet eens


Voor wie het tot dusver gemist had: vandaag stond in de Volkskrant een mede door uw Eetschrijver geïnitieerde oproep aan het Voedingscentrum en de Tweede Kamer om radicaal te breken met de zogenaamde Vinkjes. Reden: de Vinkjes zijn verwarrend of zelfs misleidend en zijn voornamelijk in het leven geroepen om door middel van zelfregulering een betere etikettering te voorkomen. Intussen zijn de Vinkjes een miljoenenbusiness geworden voor de slimme jongens die ze bedacht hebben. Echter, ze zijn niet langer in lijn met de nieuwe Schijf van Vijf. Enfin, dat leest u allemaal hier.

Uiteraard--hoor en wederhoor, nietwaar?--is de Stichting "Ik Kies Bewust", de club achter de Vinkjes, om commentaar gevraagd. Die gelegenheid tot antwoorden heeft ze gebruikt om de totale verwarring die deze onzalige logo's brengen perfect te illustreren. Kijk maar: we hadden er niet voorbij aan mogen gaan dat er twéé Vinkjes bestaan. En die Chocomel, die krijgt een blauw Vinkje. Die is dus niet gezond, maar het minst ongezond.

Ja. Die Chocomel. Ik weet inderdaad ook heel zeker dat die niet in de Schijf van Vijf staat. Maar hier is een foto van een pak Chocomel, mét Vinkje. En dat Vinkje is toch overduidelijk groen (nee, niet het Vinkje zelf, maar die ring er omheen). Wat betekent dat deze kindertraktatie moet doorgaan voor een basisproduct dat een gezonde keuze is.


Duidelijk? De Stichting "Ik Kies Bewust" trapt in haar eigen verwarring. Die Chocomel heeft niet alleen een Vinkje (door de consument, ongeacht de kleur, geïnterpreteerd als "koop maar, is goed voor je kind"), maar dat Vinkje is zelfs groen en helemaal niet blauw zoals men bij de Stichting schijnt te denken. Als we deze Vink moeten geloven, is deze Chocomel een product waar we niet buiten kunnen. Chocomel móet, en vermoedelijk liefst elke dag. Daar zal de fabrikant alvast heel blij mee zijn.

Leest u mee, mensen bij het Voedingscentrum? Is het u duidelijk hoe totaal de verwarring is als zelfs goed getrainde PR-jongens de kleuren voor de ogen zien dansen en zo in hun eigen propagandaval trappen? Snapt u dan dat je deze onzin echt niet moet gaan propageren als middel om de consument gedegen voorlichting te geven? Dat die er geen touw aan vast kan knopen? Dat de Consumentenbond daarin groot gelijk heeft?

Neemt u dat vanavond even mee in dat debat waarvan hopelijk de uitkomst is dat u, Voedingscentrum, definitief breekt met die vermaledijde Vinkjes? Namens de consument vast hartelijk dank!

15 april 2016

Een stukje beleving


Sergio Herman, gelouterd sterrenchef, gaat in de friet. Even voor de duidelijkheid: daar doe ik allerminst lacherig over. Friet is een edel product dat naar mijn mening niet met genoeg zorg omringd kan worden. Friet komt dus bijvoorbeeld niet uit een zak van McCain of Aviko en wordt ook niet gemaakt door aardappelmeel tot frietvormige voorwerpjes te persen. Friet wordt gemaakt door kloeke aardappelen, al dan niet geschild, in vooral niet te dunne staafjes te snijden en daarna volgens de regelen der kunst in puik vet (niet die rommel waarop een etiket "frituurvet" prijkt) te bakken.

Zo. Dat is friet.

Op sommige plekken kunnen ze dat heel goed, friet maken. Veel van die plekken bevinden zich in België (ik ga nog altijd regelmatig in Brussel langs bij Frituur Antoine aan het Jourdanplein, waar ik geruime tijd zowat vlak om de hoek woonde--de andere kant uit de hoek om was overigens het metrostation Maalbeek, maar dat is een heel ander verhaal op dit moment), maar ook in Nederland vind je prima friet. Het AD publiceert al geruime tijd jaarlijks een test, en bij de winnaar daarvan loopt het dan doorgaans zo storm, dat hij het nauwelijks kan bijbenen en het jaar daarop geen winnaar meer is. Eigenlijk kun je dan ook beter naar de nummers twee tot en met vijf op die lijst gaan. De nummer vier zat vorig jaar in mijn eigen woonplaats en ik ben er meermaals een frietje gaan halen. Wow, lekker!

Maar als ik de berichtgeving zo lees--en met name deze tekstsnede komt in alle dagbladartikelen voor die ik erover las, dus die stond geheid in het persbericht--is geweldige friet voor Sergio Herman niet genoeg. Hij mist "een stukje beleving". Die beleving krijgt dan, zo lees ik, gestalte in een interieur van Piet Boon, met grote in brons gegoten fornuizen die door sommigen altaars worden genoemd, terwijl er voor de sauzen speciaal ontworpen, handgedraaide potten komen. En de frieten worden niet geserveerd in een puntzak, maar in een papieren bakje.

Wordt de friet daar beter van? Is dat Sergio Herman gevraagd? Zo ja, dan zie ik die vraag nergens terugkomen. Misschien hoort het ook niet, hoor, zo'n vraag stellen, weet ik veel. Maar intussen stel ik me voor dat ik niet de enige ben die hier met een lacune in zijn kennis zit.

Ik denk het dus niet. Ik denk dat die beleving, met die altaars en handgedraaide potten en papieren bakjes allemaal gebakken lucht is. En lucht smaakt naar niks, waarin je het ook bakt. Soms maakt lucht je eten lekkerder, zoals bijvoorbeeld bij meringue, ijs of chocolademousse. Maar dat is bij friet niet het geval. De enige lucht die daaraan te pas komt, is frietlucht. En die hoeft niet te worden gebakken. Dat is een bijproduct.

Ik hoef het niet, al die bling. Ik wil geweldige friet. Dezelfde geweldige friet die Sergio dus kennelijk niet voldoende vindt. Hij wil per se "een stukje beleving". Mij lijkt dat vooral af te leiden. Iets met goede wijn en een overbodige krans, zeg maar. Je mag best zorgen voor een mooie omgeving en een bijzondere sfeer, maar als die de hoofdrol moet gaan overnemen van de kwaliteit van de friet, is er iets mis. Nu geloof ik zonder meer dat Sergio Herman fantastische friet gaat (laten) serveren in zijn "Frites Ateliers" die in een aantal grote steden worden geopend. Maar waarom is dat dan niet genoeg? Waarom moet dat vreselijk uitgekauwde "stukje beleving" daar nou weer bij?

Herman is overigens niet de eerste sterrenchef die in de friet gaat. En ook Niven Kunz, die eenzelfde voornemen een paar weken geleden wereldkundig maakte (we hebben een trend!), is dat niet. Voor zo ver ik kan nagaan, was dat Christof Lang, van het sterrenrestaurant La Bécasse in Aken. Hij opende al in 2007, negen jaar geleden, de Frittenbude Maier-Peveling. Bijna een anagram van "beleving" dus, maar daar had Lang het dan weer niet over. Hij serveerde gewoon de állerlekkerste frieten en de állerbeste Currywurst. Met desgewenst verrukkelijke koolsalade erbij en een glas Sekt ernaast, en eventueel nog een uitstekende chocolademousse na. Ik weet dat dat allemaal lekker was, want ik reed destijds speciaal naar Aken om te gaan proeven.

Dat ga ik overigens ook doen als het eerste Frites Atelier straks open is. Maar dan ben ik wel van plan vooral eens na te gaan hóe bijzonder lekker de frieten wel zijn. Ondanks dat stukje beleving en die altaars, want daarvan raken mijn smaakpapillen niet opgewonden, weet ik al uit ervaring.

12 april 2016

De eerste in 600 jaar


"Maar het is de allereerste die we houden in 600 jaar", klonk het nadat ik had geantwoord dat ik nog heel even wilde nadenken over de perslunch waarvoor ik op een schitterende lentedag (21 maart om precies te zijn) was uitgenodigd in Hemingway, het restaurant behorend bij het oudste hotel van Nederland, De Draak in Bergen op Zoom. Het trok me over de streep. Een dergelijke primeur mag een journalist niet laten liggen, zeker niet als de uitnodiging afkomstig is van een partij die heel goed weet dat de uitnodiging hem niet verzekert van een jubelende bespreking.

En eerlijk gezegd: ik wás al een tijdje nieuwsgierig naar Hemingway. Daar kookt immers Sander Doggen, wiens naam al regelmatig in mijn bijzijn was gevallen als aanstormend toptalent en die onder meer al in de keuken stond in Da Vinci. Tel daarbij dat je niet elke dag de gelegenheid krijgt om te lunchen in het oudste etablissement van Nederland--inderdaad bestaat De Draak al ruim zes eeuwen. Bovendien heb ik gewoon een zwak voor Hemingway. Genoeg redenen? Méér dan.

Spoiler: ik ben sinds 21 maart een uitgesproklen fan van de keuken van Sander Doggen. Deze jonge chefkok kent zijn klassiekers en houdt van streekspecialiteiten, en hij gebruikt die liefde en kennis om ze grondig te moderniseren. Het resultaat: gerechten die tegelijkertijd stukken lichtvoetiger en stukken oogstrelender zijn dan hun stamvaders. Wat hij allemaal in zijn mars heeft, wilde Doggen maar wát graag laten zien: de lunch, die kort na 13:00 uur startte, duurde naar verluidt tot na 18:00 uur--naar verluidt, want ik moest me wegens verplichtingen 's avonds vóór de koffie verontschuldigen zodat ik uiteindelijk niet de chocoladefriandises gemaakt door de dochter van directeur-eigenaar Frans Hazen heb kunnen proeven--en omvatte, als ik goed geteld heb, liefst elf gangen.

Hoe kun je de vederlichte hand van een chefkok beter illustreren dan met te zeggen dat deze uiterst bourgondische middagmaaltijd geen moment zwaar op de maag dreigde te gaan liggen? De finesse van de inrichting vindt een perfecte wederhelft in de finesse op het bord. Alles klopt, alles barst van de smaak, alles ziet er oogstrelend uit.

Na het bitterballetje van Bergse oesterzwam--zo ongeveer om de hoek bij het restaurant op koffiedik geteeld--dat de welkomstchampagne vergezelde, werden in een duizelingwekkende tour de force de prachtigste gerechten geserveerd. De gerookte paling en waldorfsalade waarmee werd afgetrapt zou je bijvoorbeeld zonder proeven niet als zodanig herkend hebben:


De hoogstandjes volgen elkaar bijna sneller op dan je als journalist kunt noteren. De combi kabeljauw met risotto, zoetzure venkel en antiboise blijkt een fotomodel op het bord en een erotische danseres op de tong. De ossenstaartbouillon, op smaak gebracht met angosturabitter en door de chef zelf aan tafel voorzien van schuim van champignons is in al zijn eenvoud een feestje waar je best een tweede keer heen wilt.





Voor de kreeft met spinazie in sublieme bisque mag je me op elk gewenst moment wakker maken. De zwezerik met knolselderij, aardappelchips en truffel is magnifiek. En als je lam zo perfect gegaard op weet te dienen, dan mag je er zijn als chefkok.



Willen we kaas of willen we eens proeven wat er qua dessert zoal op het repertoire van Sander Doggen staat, vraagt de maître. Vóór één van de genodigden een woord heeft kunnen uitbrengen, zegt Frans Hazen dat het ook allemaal mag. En kijk eens aan: daar blijkt niemand bezwaar tegen te hebben.




Zoals dat hoort is met name de afsluiter memorabel: yoghurt op verschillende manieren geserveerd met honing die--uiteraard--afkomstig is van een imker in de directe nabijheid.

Het klopte allemaal, en dat geldt ook voor de wijnen die bij de verschillende gerechten geserveerd werden. Zelden heb ik een lunch geproefd die overtuigender was, zelden heb ik zó weinig twijfel gehad dat de ambities die Frans Hazen voor zijn restaurant heeft--op korte termijn een Bib Gourmand en bij voorkeur op de iets langere termijn een ster--zonder meer haalbaar zijn.

Voor die Bib Gourmand moet je overigens als restaurant een menu van drie gangen kunnen serveren voor maximaal 37 euro. Dat is op dit niveau bepaald niet overdreven en het bewijst maar weer dat je om uitstekend te eten heus geen half weeksalaris hoeft mee te brengen.

En ik? Ik ga nog eens voor eigen rekening terug. Want die chocolade moet ik gewoon óók nog proeven. En ik weet al dat wat daaraan voorafgaat de trip naar Bergen op Zoom dubbel en dwars de moeite waard maakt.

P.S. Nieuwsgierig? Ik durf u inmiddels ook met een gerust hart naar de website van het restaurant te verwijzen. Dat was op 21 maart het laatste--ik bespaar u het screenshot*--dat er echt nog niet uitzag.

* (dat ik ook vergeten ben te maken)



18 maart 2016

Néé! Géén suikertaks!



Ik was acht jaar geleden geen voorstander van een vettaks, en ik ben nu al evenmin een voorstander van de suikertaks. Wel vind ik de stap die in Groot-Brittannië is gezet een heel positieve.

Zo. Dat was vast weer lekker verwarrend. Niet zo raar, want die verwarring is door de Nederlandse media voluit georganiseerd. Zowel stand.nl van Radio 1 als Eén Vandaag lanceerden de stelling dat een suikertaks of suikerbelasting "ook hier" ten spoedigste moest worden ingevoerd.

Ook hier? Eh... in Groot-Brittannië IS helemaal geen suikertaks ingevoerd. Er is een taks ingevoerd op suikerhoudende frisdrank--overigens helemaal niets nieuws want dat deed Frankrijk jaren geleden al, maar dat terzijde--en dat is echt heel wat anders.

Suiker, dat mag duidelijk zijn, zit in het verdomhoekje. Links en rechts op internet zie je gezondheidsgoeroes opstaan die luidkeels verkondigen dat ze suikervrij gaan eten en ons oproepen dat ook te doen. Dikke onzin allemaal, want suikervrij eten kán helemaal niet. Om de doodeenvoudige reden dat er werkelijk geen enkel natuurlijk voedingsproduct te vinden is waar geen suikers in zitten. Soms wat meer, soms flink minder, maar echt: het zit letterlijk OVERAL in. Zonder één uitzondering.

Suikers zijn geen vergif. Sterker, we hebben ze nodig. Suikers of koolhydraten zijn één van de drie zgn. macronutriënten die de pijler vormen van ons voedsel. De andere twee zijn vetten en eiwitten en wie één van de drie niet binnenkrijgt, die maakt het niet lang.

Wat wél een probleem begint te vormen, met name in het westerse voedingspatroon, is de hoeveelheid toegevoegde geraffineerde suiker in industriële producten. Geraffineerde suiker, daarvan gaat er wereldwijd per jaar 160 miljoen ton doorheen. Dat is 22,5 kg per hoofd van de wereldbevolking, 12,5% van onze totale calorieënbehoefte per jaar alléén aan geraffineerde suiker, en het grootste deel daarvan halen we in huis in de vorm van industriële voedingsproducten. Zoete, maar ook hartige. Probeer maar eens in de schappen van de super een tomatensoep te vinden waar geen flinke hoeveelheid suiker in zit.

Nu zit er in tomatensoep behalve die suiker in elk geval nog het nodige aan waardevols. Dat geldt voor heel wat andere producten waaraan geraffineerde suiker is toegevoegd. Maar voor één product geldt dat dan weer niet: frisdrank. Daarin zit werkelijk NIETS dat we nodig hebben (nou ja, behalve water natuurlijk, maar dat komt uit de kraan), en daarentegen heel veel waar we hoognodig eens wat minder van binnen zouden moeten krijgen: geraffineerde suiker. En niet zo'n beetje ook.

Dus even voor de duidelijkheid: een suikertaks is onzin, even onwenselijk als onhaalbaar. Net als vet kun je suiker niet belasten zonder allerlei essentiële, waardevolle voedingsstoffen méé te belasten.

Een taks op suikerhoudende frisdrank daarentegen? Wat mij betreft een prima idee! En dat bedoelden stand.nl en Eén Vandaag ook. Alleen moest je om daarachter te komen wel een stuk verder kijken dan de koppen.

Het zou overigens wel mooi zijn als de opbrengst van zo'n frisdranktaks weer rechtstreeks ten goede zou komen aan de volksgezondheid. In Groot-Brittannië gaat hij rechtstreeks naar de financiering van sport voor schoolkinderen. In Nederland zouden we kunnen denken aan de financiering van kooklessen inclusief wat elementaire voedingsleer op lagere scholen. Ga ik daar misschien wel vast een boekje voor schrijven.

12 februari 2016

Een pilletje van 500 calorieën


Gewoon even twee aanbevelingen zoals die momenteel van het Voedingscentrum komen:
1. Eet minder zout
2. Eet meer brood, want daar zit zout in

Zo. Snapt u het nog? Ik ook niet, eerlijk gezegd. Of ja, ik snap het wel: we hebben hier te maken met het zoveelste staaltje van simplisme, bedacht vanuit de overtuiging dat u het anders niet snapt. Of het allemaal nog logisch is, komt er daarbij minder op aan. Eigenlijk hebben ze bij het Voedingscentrum liever dat u gewoon netjes doet wat zij zeggen en niet te veel zelf over dingen nadenkt, want daar komt alleen maar narigheid van. En als ze dat niet denken, doen ze in elk geval verrekte goed alsof. Maar laat ik ter zake komen.

Gisteren verscheen in het Algemeen Dagblad een artikel met de kop “Wil je gezond blijven? Ontbijt liever met een boterham”. Hoogleraar schildklierziekten Robin Peeters van Erasmus MC had het helemaal gehad met dieetgoeroes die de boterham al jaren in de ban doen omdat het een ongezonde dikmaker zou zijn die te veel zout bevat. Geen brood eten, dát is volgens hem pas gevaarlijk. Zes boterhammen per dag moeten erin. Vooral zwangere vrouwen lopen het risico anders kinderen te krijgen met een lager IQ. Hoezo? Door een tekort aan jodium. De site Skipr maakte er zelfs een compleet drama van: “Ban op boterham schaadt ongeboren kind”, gilde men daar paniekerig.

Goed, even wat duiding. In brood zit over het algemeen jodium. In 1942 besloot de overheid namelijk het jodiumtekort onder de bevolking terug te dringen door bakkers te verplichten broodzout te gebruiken. Dat is in feite gewoon keukenzout (NaCl) waaraan per kg 70 tot 85 mg jodium is toegevoegd. In 2008 verviel deze verplichting en zijn bakkers zogenaamd bakkerszout gaan gebruiken, dat 50 tot 65 mg jodium per kg bevat.

In elke boterham zit 0,35 gram van dat bakkerszout. Met zes boterhammen heb je dus 2,1 gram zout binnen, dus ongeveer 35% van de dagelijkse maximale hoeveelheid. En via dat zout krijg je precies 150 microgram jodium binnen—dat is 150 miljoenste van een gram.

Duidelijk? Jodium zit niet van nature in brood (er zit niets "van nature" in brood want brood is een door de mens vervaardigd, samengesteld product). Het wordt erin gestopt. In feite krijgt u een jodiumpilletje toegediend. Maar dan wel één waar bijna 500 calorieën op meeliften (een kwart van uw dagelijkse behoefte en dan ligt er nog niets op), alsmede eenderde van de maximale hoeveelheid zout die u dagelijks zou mogen eten en waar veruit de meeste Nederlanders nog altijd ruim boven zitten. Dat geldt trouwens ook voor de calorieën.

Kan het anders? Als je het artikel in het AD leest, krijg je de indruk van niet. Er wordt in elk geval met geen woord gerept over alternatieven. En toch zijn die er wel degelijk.

150 microgram jodium per dag krijg je, laat ik daarover eerlijk zijn, met gewone voeding niet makkelijk binnen. Je moet er dagelijks 100 gram witvis (kabeljauw, wijting, schelvis) voor eten, of 300 gram vette vis (zalm, haring, makreel) of 400 gram platvis (schol, tong, schar). Ook met 8 eieren haal je de norm, of met waanzinnige hoeveelheden melk (ca. 3,5 liter), rood vlees (ca. 5 kg) of kaas (ca. 1 kg). De beste natuurlijke bron van jodium is echter zeewier, dat afhankelijk van de soort 16 tot bijna 3000 (!) microgram jodium per gram (!) bevat. Ja, bijvoorbeeld die nori die bij de bereiding van sushi wordt gebruikt--die de professor op de foto op zijn bord heeft liggen maar waar het artikel met geen woord over rept.

Zeewier wordt dus ook gebruikt als grondstof voor de fabricage van jodiumtabletjes, en er wordt het jodium uit gewonnen waarmee het bakkerszout is verrijkt. Dat vervolgens in brood wordt gestopt. Waar we zogenaamd niet zonder kunnen omdat we anders jodiumtekort krijgen. Ja? Duidelijk? We halen het jodium uit zeewier en stoppen het in brood. U eet dan voor 150 microgram jodium niet maximaal 28 calorieën en minder dan 0,009 gram natrium, maar bijna 500 calorieën en ruim 0,8 gram natrium.

Er is overigens nóg een manier om die 150 microgram jodium binnen te krijgen zonder één hap brood te eten. Daarvoor koopt u in een gewone winkel jodiumzout (bekend van de pakken met het opschrift JOZO, ze staan echt overal). Dat bevat net iets minder jodium dan bakkerszout, namelijk 50 mg per kilo. Hiervan moet u dus dagelijks 3 gram gebruiken om per dag aan de vereiste hoeveelheid jodium te komen—als u tenminste geen vis of eieren eet.

Gebruik dat zout in de keuken en let erop dat u die 3 gram daadwerkelijk binnenkrijgt, dus niet grotendeels met het kookwater weer wegspoelt. Eet daarnaast geen producten uit pakjes, bakjes en zakjes, want het zout dat daarin zit is géén jodiumzout en zo krijgt u toch weer te veel zout binnen—een risico dat u overigens ook loopt als u inderdaad dagelijks die zes boterhammen eet, met hun 2,1 gram zout.

Wie dat niet wil, heeft zelfs nóg andere alternatieven. Het gebruik van gejodeerd kaliumzout bijvoorbeeld, dat dus geen natrium bevat (de reden waarom we het zoutgebruik moeten beperken tot 6 gram per dag). Of desnoods het slikken van jodiumtabletjes, maar dan de variant van de drogist, zonder die 500 calorieën.

Eén vraag heb ik in dit stukje nog niet beantwoord en dat is wat ik nu eigenlijk vind van brood. Vind ik dat nou slecht of juist heel goed? Mag het niet of moet het juist?

Het antwoord ligt, zoals degenen weten die hier al langer meelezen, in het midden. Brood is absoluut geen vergif en wat mij betreft kun je het rustig eten, vooral als je het, zoals ik, lekker vindt. Maar ik vind het ook belangrijk om—zoals het Voedingscentrum nota bene zelf ook aanbeveelt—gevarieerd te eten, en dat kan niet wanneer je elke dag zes boterhammen naar binnen zou moeten werken. Dat betekent in de praktijk dat van je 21 wekelijkse maaltijden er 14 brood als basis zouden moeten hebben. Pure waanzin wat mij betreft, ook al omdat brood dus best veel calorieën levert, vrijwel uitsluitend uit koolhydraten (ik eet daarom per week één of maximaal twee broodmaaltijden, uitsluitend met goed brood van een échte bakker). Maar wie daar allemaal het fijne van wil weten moet—let op: schaamteloze plug—mijn Antidieetboek maar lezen. Dat is trouwens nog tot en met zondag 14 februari in de aanbieding: mijn twee boeken samen voor 20 euro, bij elke boekhandel in Nederland. Ik zou zeggen: sla uw slag.

Zo. En nu straks even kijken wat voor buitengewoon zinnigs Jelmer de Boer hierover allemaal te vertellen heeft. 

08 februari 2016

Wát? Natuurlijk voedsel ongezond??


Er waaide heel wat stof op omtrent het interview dat het Algemeen Dagblad had met prof. Tiny van Boekel afgelopen zaterdag. De kop loog er dan ook niet om: “Natuurlijk voedsel is ongezond”, stond er ongezouten te lezen. Dat was dan wel op de interneteditie van de krant, want in de papieren editie was de keus gevallen op een aanzienlijk minder sensationele headline. Daar hield men het bij “Met bewerkt voedsel is helemaal niets mis”.

Dat laatste is alvast terecht. Ik zal zelf de eerste zijn om te zeggen dat een kop liefst zo scherp moet zijn als een AH-mes—maar hij moet wel refereren aan iets dat daadwerkelijk gezegd is. En wie het artikel even leest, komt nergens de bewering tegen dat natuurlijk voedsel ongezond is. Zoiets zou Van Boekel, die een integer en deskundig man is, ook nooit zeggen. Het is onzin, klinkklare onzin uit de dikke duim van de koppenmaker en het is volkomen onbegrijpelijk dat het AD online nog altijd niet heeft gerectificeerd.

Toch is er ook op hetgeen Van Boekel wél heeft gezegd nog wel het één en ander af te dingen. Nee, ik ga niet roepen dat de professor moet worden opgehangen, zoals een enkeling op Twitter verhit uitriep. Dat zou niet alleen barbaars zijn, er is bovendien geen reden voor. De man geeft zijn mening en wat hij zegt klopt nog ook.

Huh? Klopt?

Ja, absoluut. Alles wat hij zegt klopt. Wat er rammelt aan het verhaal zit niet zozeer in wat hij zegt, als wel in wat hij weglaat. En de interviewer van het AD beschikte kennelijk niet over voldoende know-how om door te vragen en tegengas te geven. Dan krijg je dit soort artikelen, die naar mijn overtuiging niet gek veel doen om de lezer te informeren.

Om te beginnen is Van Boekel levensmiddelentechnoloog. Hij heeft er dus voor doorgeleerd om met voedsel te knutselen en is daar logischerwijs een groot voorstander van. Nu heeft knutselen met voedsel allerlei voordelen. Je kunt het houdbaarder maken, en goedkoper en zelfs veiliger. Maar is het daarmee per definitie gezonder? Nou ja, in een aantal opzichten. In een aantal andere opzichten dan weer niet per definitie. Ja, de waarheid is genuanceerd en dat is wel eens lastig.

Toch even wat tegenwerpingen. Neem het artikel er even bij, want dan fiets ik het even met u door.

Voeding die gifgroen en azuurblauw is, kunnen we die vertrouwen? Van Boekel stelt dat kleur een belangrijke eigenschap is waarop mensen hun voedsel beoordelen. Dat klopt als een bus. En wat doet de voedingsindustrie daarom? Ze houdt de consument voor de gek door voedsel een kunstmatige kleur te geven, zodat die essentiële informatie ons onthouden wordt. Je kunt dat een kwaliteit vinden—knap is het zeer zeker—maar of het voedsel daar beter van wordt? Ik vind daar iets van, waarde eetlezer, en u ongetwijfeld ook.

En nee, kaas groeit niet aan een boom. Het is een bewerkt product. Met bewerkingen kun je voedsel langer houdbaar en veiliger maken. Dat klopt allemaal. Grappig echter dat de professor dat nu juist zegt bij het voorbeeld van kaas, een product dat al menigmaal een hoofdrol heeft gespeeld in grootschalige voedselvergiftigingen. Betekent dat dat kaas slecht is? Nee. Het betekent dat je verrekte veel vertrouwen moet hebben in de werkwijze van degene die je je kaas levert. Ben je daarmee 100% veilig? Nee. Niet. Nooit. Simpel. Nooit meer kaas eten dan? Natuurlijk niet! Lees verder!

Tomatenpuree is gezonder dan verse tomaat, beweert Van Boekel. Die lycopenen krijgt ons darmstelsel namelijk niet uit een rauwe tomaat. Dat klopt inderdaad. Maar niemand zegt dat die tomatenpuree daarom uit een blikje moet komen. Je kunt ook zélf tomaten verhitten en er puree (of saus) van maken, en daar krijgen je darmen dan precies evenveel lycopenen uit als uit ingeblikte puree. Lekkerder? Zou kunnen—over smaak valt niet te twisten. Feit is dat er tomatenconserven zijn van prima kwaliteit. Ik gebruik ze zelf ook wel eens. Maar het hóeft dus niet, voor je gezondheid.

Dat pakje gedroogde soep, is dat gezonder dan soep die je zelf maakt van verse ingrediënten? Van Boekel vindt van wel. Maar hij praat dan puur vanuit een oogpunt van  voedselveiligheid. Droge stof kan inderdaad niet of in elk geval nauwelijks bederven. Maar er kan wél bijvoorbeeld veel te veel zout in zitten om nog gezond te zijn, en dat is ook niet zelden het geval. Bovendien bevatten dergelijke soepen notoir weinig van de gezonde ingrediënten die op de verpakking staan afgebeeld. Er is broccolisoep in de handel die minder dan 1% broccoli bevat. Is dat gezond? Je zult er niet meteen ziek van worden, nee. Maar hoe gezond blijf je als je je hele leven alleen maar dát eet? En overigens: droge soep is alleen maar veilig zo lang hij droog is. Zodra je ‘m in een pan klaarmaakt en verkeerd bewaart, wordt hij even riskant als verse soep. Je eigen keuken is altijd de zwakste schakel. Maar mensen kunnen veilig leren koken, al hebben ze daar met al dat industriële spul niet veel reden toe—denken ze mét de professor.

Doperwtjes uit blik, zijn die dan gezonder dan verse? Als je zelf groenten kookt, kook je ze gemakkelijk te lang, vindt Van Boekel. De vitaminen verdwijnen met het water in het afvoerputje. Is dat waar? Ja en nee. Het wordt om te beginnen minder waar naarmate je beter kunt koken. En het wordt nóg veel minder waar wanneer je die rare gewoonte loslaat om erwtjes en tal van andere groenten in water te koken, maar ze in plaats daarvan bijvoorbeeld smoort in boter. Of wokt. Of in de oven of koekenpan gaart. Allemaal kooktechnieken die veel meer smaak geven en waarbij je niets afgiet, zodat er niets door de afvoer verdwijnt. Zo simpel. Zou de professor dat allemaal nou niet weten?

Is er iets mis met een hamburger? Nee. Doodgewoon: nee. Er is wel vaak van alles mis met de sausjes waarmee de fastfoodindustrie de burgers overgiet. Die bevatten vaak behoorlijk wat suiker en zijn ook niet zelden extreem calorierijk. Ze zijn ook heel vaak te zout. Maar dat heeft allemaal niets met de hamburger te maken. Die is prima in orde, mits hij vers is en van eerlijk vlees gemaakt.

Van Boekel heeft gelijk: er lopen te veel mensen op de wereld rond. Het is vermoedelijk een illusie te denken dat we allemaal kunnen leven van biologische landbouw. Zo leven als de oermens kán eenvoudig niet meer. Maar dat betekent dus niet dat het per definitie beter is, laat dat duidelijk zijn. Ook al is het tot op zekere hoogte een noodzaak.

Het probleem is dat Van Boekel een technoloog is, en heel erg gefixeerd op veiligheid. Dat is een groot goed, maar je kunt er gemakkelijk mee overdrijven. Wie nooit uit zijn bed komt, valt nooit van de trap. Wie nooit buiten komt, glijdt nooit uit over ijzel. Wie nooit seks heeft, loopt nooit een SOA op. En wie alleen maar uit zakjes en blikjes eet, loopt minder kans op voedselvergiftiging.


Allemaal waar. Maar of we daarvan gelukkiger en zelfs gezonder worden? Het lijkt me niet. Er is in het leven echt nog méér dan veiligheid alleen. En dat had de interviewer professor Van Boekel toch echt wel iets krachtiger tegen mogen werpen.

05 februari 2016

Kinderen konfijten is gezond!


Hoe maak je je schoolkantine gezond? Het Voedingscentrum weet het, blijkens dit bericht dat gisteren langskwam op Twitter: je neemt een ongezonde schoolkantine en zet er als schaamlapje een schaal met appels en mandarijntjes neer. Presto!

Ongezond? Ja nou! Al even in die koelkast gekeken? Fristi, Chocomel, AA Drink en talloze fruityoghurtjes die zo'n heerlijk gezond imago hebben, maar intussen ook al bol staan van de toegevoegde suikers. Kinderen worden in deze schoolkantine dus net zo goed gekonfijt als overal elders. Al dan niet met Vinkje.

Dat Voedingscentrum zou zich de ogen uit het hoofd moeten schamen.

Overigens was het eerder van de week blijkens een item op prime time in het RTL Nieuws ook al "nieuws" dat kinderdrankjes zoals Wicky helemaal niet gezond zijn, maar eveneens tjokvol suiker zitten. De Volkskrant pakte er ook al groot mee uit.

Eh, hoezo nieuws? Waar hadden ze bij het RTL Nieuws en de Volkskrant hun ogen zitten in de afgelopen jaren?

Nee, zeg maar niets. Het hoort bij deze tijd. We wachten tot iemand in een persbericht schrijft dat iets nieuws is, en dan is het dus nieuws en brengen we het als zodanig. Of dat nu is dat er pas een jaar of twintig mierzoete drankjes worden verkocht met afbeeldingen van fruit op de verpakking om ze een gezond imago te geven of dat er weer een schoolkantine een gezonde schaal fruit heeft neergezet en nu een prachtig bord heeft gekregen.

Dat bord had het Voedingscentrum dus voor zijn hoofd mogen laten staan. En ik ga maar eens overwegen af en toe een persbericht uit te geven. Want er moeten een paar dingen eens hoognodig in het nieuws.

13 januari 2016

Dadelmineralen


Ja mensen, wie die onlangs bekend geworden dadelmineralen in een pilletje weet te proppen, die loopt binnen. Het wordt steeds gekker in januari: niet alleen meer vinden boeken die ons via chiazaadjes, smotthies en andere gekkigheid van de kerstkilo's beloven af te helpen gretig aftrek ("En? Welk dieet gaat er voor u alwéér niet werken dit jaar?"), ook supermarktketens als Plus laten zich niet onbetuigd met uit de dikke duim gezogen kolderverhalen. Wedden dat er weer hele volksstammen intrappen?

De waarheid over dadels? Die worden in Nederland in 99% van de gevallen in gekonfijte vorm gekocht. Lekker hoor. Maar calorieënbommen van jewelste. Iets voor héél af en toe dus.

Met je mineralen.