Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

08 augustus 2016

Nieuw! Gezond eten is niet gezond!



"Toch maken de deskundigen zich zorgen, want als je té gezond eet, kan dat heel ongezond worden en zelfs gevaarlijk, doordat je bijvoorbeeld bepaalde voedingsstoffen mist".

Ja, lees dat nóg maar een keer. Het staat er écht: té gezond eten kan ongezond zijn. Tja, die deskundigen dachten ook: iedereen maakt tegenwoordig furore met een gezondheidshype, laten wij ook maar eens een keer. En dan rolt er zoiets uit--vermoedelijk overigens nadat de bureauredacteuren van RTL erop los zijn gegaan, met hun al even hippige visie op de betekenis van het woord "gezond".

Moe, doodmoe word je ervan.

De ellende is: je ziet wat ze bedoelen, die deskundigen,  en met die bedoeling ben ik het nog eens ook. De gekkigheden buitelen inderdaad over elkaar heen. Zo'n Rens Kroes met haar glazen kleiwater, de natuurgeneeskundigen met hun meer op hocuspocus dan op wetenschap gestoelde en dan ook totaal inconsequente adviezen, de tarwegrasclubs die vinden dat je maar gewoon bacteriologisch besmette poep moet eten omdat het tegen de religie is om het spul behoorlijk te reinigen.

Allemaal totale idioterie, ja. Maar wie daaruit de conclusie trekt dat mensen "te veel bezig zijn met gezond eten" en dat "te gezond eten ongezond is", leutert al even zwaar uit zijn nek.

Want mensen zijn helemaal niet te veel bezig met gezond eten. Ze zijn vooral VERKEERD en daardoor totaal vruchteloos bezig met gezond eten. Ze zoeken gezondheid in allerlei wondermiddeltjes, niet zelden in de hoop dat ze dan door kunnen gaan met hun ongezonde gewoonten. Lekker gemaksvoedsel eten, lekker veel frisdrank in huis blijven halen, lekker twee keer per week naar de McDrive voor een portie McKlef met een supersized beker McMierzoet.

Nee, dat werkt niet.

Want gezond eten komt niet uit de ketel van Panoramix. In "gezond eten" is eten een werkwoord. Er is wat aandacht voor nodig. Er moet wat tijd en moeite in geïnvesteerd worden. Het komt je niet aanwaaien en het zit al helemaal niet in een bekertje blubber of een zakje zangzaad. Gezond eten hangt sowieso meer af van wat je laat staan dan van wat je eet.

Enfin, dat heb ik allemaal al eens uitgelegd in het Antidieetboek. Een boek dat ik voor de verdiensten natuurlijk veel beter een titel had kunnen geven met "killerbody" of zoiets erin, maar zo ben ik nou eenmaal niet. Een boek waar er lang geen honderdduizend van verkocht zijn, maar waarover wel nog steeds zo ongeveer wekelijks lezers me mailen dat het wérkt. Wat ik al weet overigens, want het werkte bij mij ook. Nee, ik ben er niet zo knap en lekker van geworden als Rens. Maar Rens is dan ook nog geen 30, en ik ben 61.

Zo. En na al dat schaamteloze geplug--ik zal er geen gewoonte van maken maar ik word soms ook gewoon een beetje boos van al die desinformatie--krijgt u nu een stukje Antidieetboek van me cadeau. Namelijk mijn eigen "schijf van vijf". De basis voor gezond eten. Zonder gras met poep of andere kolder. Komt-ie:


  • eet gevarieerd
  • eet niet te veel
  • eet niet uit pakjes, bakjes of zakjes
  • eet lekker
  • haal je calorieën uit je eten, niet uit je drinken


Gewoon 's proberen. Ik garandeer u dat het niet "te gezond" is. Het is wel bijna té simpel, ja. Dat wel. Mooi hè?


21 april 2016

"Ik Kies Bewust" snapt het Vinkje zélf niet eens


Voor wie het tot dusver gemist had: vandaag stond in de Volkskrant een mede door uw Eetschrijver geïnitieerde oproep aan het Voedingscentrum en de Tweede Kamer om radicaal te breken met de zogenaamde Vinkjes. Reden: de Vinkjes zijn verwarrend of zelfs misleidend en zijn voornamelijk in het leven geroepen om door middel van zelfregulering een betere etikettering te voorkomen. Intussen zijn de Vinkjes een miljoenenbusiness geworden voor de slimme jongens die ze bedacht hebben. Echter, ze zijn niet langer in lijn met de nieuwe Schijf van Vijf. Enfin, dat leest u allemaal hier.

Uiteraard--hoor en wederhoor, nietwaar?--is de Stichting "Ik Kies Bewust", de club achter de Vinkjes, om commentaar gevraagd. Die gelegenheid tot antwoorden heeft ze gebruikt om de totale verwarring die deze onzalige logo's brengen perfect te illustreren. Kijk maar: we hadden er niet voorbij aan mogen gaan dat er twéé Vinkjes bestaan. En die Chocomel, die krijgt een blauw Vinkje. Die is dus niet gezond, maar het minst ongezond.

Ja. Die Chocomel. Ik weet inderdaad ook heel zeker dat die niet in de Schijf van Vijf staat. Maar hier is een foto van een pak Chocomel, mét Vinkje. En dat Vinkje is toch overduidelijk groen (nee, niet het Vinkje zelf, maar die ring er omheen). Wat betekent dat deze kindertraktatie moet doorgaan voor een basisproduct dat een gezonde keuze is.


Duidelijk? De Stichting "Ik Kies Bewust" trapt in haar eigen verwarring. Die Chocomel heeft niet alleen een Vinkje (door de consument, ongeacht de kleur, geïnterpreteerd als "koop maar, is goed voor je kind"), maar dat Vinkje is zelfs groen en helemaal niet blauw zoals men bij de Stichting schijnt te denken. Als we deze Vink moeten geloven, is deze Chocomel een product waar we niet buiten kunnen. Chocomel móet, en vermoedelijk liefst elke dag. Daar zal de fabrikant alvast heel blij mee zijn.

Leest u mee, mensen bij het Voedingscentrum? Is het u duidelijk hoe totaal de verwarring is als zelfs goed getrainde PR-jongens de kleuren voor de ogen zien dansen en zo in hun eigen propagandaval trappen? Snapt u dan dat je deze onzin echt niet moet gaan propageren als middel om de consument gedegen voorlichting te geven? Dat die er geen touw aan vast kan knopen? Dat de Consumentenbond daarin groot gelijk heeft?

Neemt u dat vanavond even mee in dat debat waarvan hopelijk de uitkomst is dat u, Voedingscentrum, definitief breekt met die vermaledijde Vinkjes? Namens de consument vast hartelijk dank!

15 april 2016

Een stukje beleving


Sergio Herman, gelouterd sterrenchef, gaat in de friet. Even voor de duidelijkheid: daar doe ik allerminst lacherig over. Friet is een edel product dat naar mijn mening niet met genoeg zorg omringd kan worden. Friet komt dus bijvoorbeeld niet uit een zak van McCain of Aviko en wordt ook niet gemaakt door aardappelmeel tot frietvormige voorwerpjes te persen. Friet wordt gemaakt door kloeke aardappelen, al dan niet geschild, in vooral niet te dunne staafjes te snijden en daarna volgens de regelen der kunst in puik vet (niet die rommel waarop een etiket "frituurvet" prijkt) te bakken.

Zo. Dat is friet.

Op sommige plekken kunnen ze dat heel goed, friet maken. Veel van die plekken bevinden zich in België (ik ga nog altijd regelmatig in Brussel langs bij Frituur Antoine aan het Jourdanplein, waar ik geruime tijd zowat vlak om de hoek woonde--de andere kant uit de hoek om was overigens het metrostation Maalbeek, maar dat is een heel ander verhaal op dit moment), maar ook in Nederland vind je prima friet. Het AD publiceert al geruime tijd jaarlijks een test, en bij de winnaar daarvan loopt het dan doorgaans zo storm, dat hij het nauwelijks kan bijbenen en het jaar daarop geen winnaar meer is. Eigenlijk kun je dan ook beter naar de nummers twee tot en met vijf op die lijst gaan. De nummer vier zat vorig jaar in mijn eigen woonplaats en ik ben er meermaals een frietje gaan halen. Wow, lekker!

Maar als ik de berichtgeving zo lees--en met name deze tekstsnede komt in alle dagbladartikelen voor die ik erover las, dus die stond geheid in het persbericht--is geweldige friet voor Sergio Herman niet genoeg. Hij mist "een stukje beleving". Die beleving krijgt dan, zo lees ik, gestalte in een interieur van Piet Boon, met grote in brons gegoten fornuizen die door sommigen altaars worden genoemd, terwijl er voor de sauzen speciaal ontworpen, handgedraaide potten komen. En de frieten worden niet geserveerd in een puntzak, maar in een papieren bakje.

Wordt de friet daar beter van? Is dat Sergio Herman gevraagd? Zo ja, dan zie ik die vraag nergens terugkomen. Misschien hoort het ook niet, hoor, zo'n vraag stellen, weet ik veel. Maar intussen stel ik me voor dat ik niet de enige ben die hier met een lacune in zijn kennis zit.

Ik denk het dus niet. Ik denk dat die beleving, met die altaars en handgedraaide potten en papieren bakjes allemaal gebakken lucht is. En lucht smaakt naar niks, waarin je het ook bakt. Soms maakt lucht je eten lekkerder, zoals bijvoorbeeld bij meringue, ijs of chocolademousse. Maar dat is bij friet niet het geval. De enige lucht die daaraan te pas komt, is frietlucht. En die hoeft niet te worden gebakken. Dat is een bijproduct.

Ik hoef het niet, al die bling. Ik wil geweldige friet. Dezelfde geweldige friet die Sergio dus kennelijk niet voldoende vindt. Hij wil per se "een stukje beleving". Mij lijkt dat vooral af te leiden. Iets met goede wijn en een overbodige krans, zeg maar. Je mag best zorgen voor een mooie omgeving en een bijzondere sfeer, maar als die de hoofdrol moet gaan overnemen van de kwaliteit van de friet, is er iets mis. Nu geloof ik zonder meer dat Sergio Herman fantastische friet gaat (laten) serveren in zijn "Frites Ateliers" die in een aantal grote steden worden geopend. Maar waarom is dat dan niet genoeg? Waarom moet dat vreselijk uitgekauwde "stukje beleving" daar nou weer bij?

Herman is overigens niet de eerste sterrenchef die in de friet gaat. En ook Niven Kunz, die eenzelfde voornemen een paar weken geleden wereldkundig maakte (we hebben een trend!), is dat niet. Voor zo ver ik kan nagaan, was dat Christof Lang, van het sterrenrestaurant La Bécasse in Aken. Hij opende al in 2007, negen jaar geleden, de Frittenbude Maier-Peveling. Bijna een anagram van "beleving" dus, maar daar had Lang het dan weer niet over. Hij serveerde gewoon de állerlekkerste frieten en de állerbeste Currywurst. Met desgewenst verrukkelijke koolsalade erbij en een glas Sekt ernaast, en eventueel nog een uitstekende chocolademousse na. Ik weet dat dat allemaal lekker was, want ik reed destijds speciaal naar Aken om te gaan proeven.

Dat ga ik overigens ook doen als het eerste Frites Atelier straks open is. Maar dan ben ik wel van plan vooral eens na te gaan hóe bijzonder lekker de frieten wel zijn. Ondanks dat stukje beleving en die altaars, want daarvan raken mijn smaakpapillen niet opgewonden, weet ik al uit ervaring.

12 april 2016

De eerste in 600 jaar


"Maar het is de allereerste die we houden in 600 jaar", klonk het nadat ik had geantwoord dat ik nog heel even wilde nadenken over de perslunch waarvoor ik op een schitterende lentedag (21 maart om precies te zijn) was uitgenodigd in Hemingway, het restaurant behorend bij het oudste hotel van Nederland, De Draak in Bergen op Zoom. Het trok me over de streep. Een dergelijke primeur mag een journalist niet laten liggen, zeker niet als de uitnodiging afkomstig is van een partij die heel goed weet dat de uitnodiging hem niet verzekert van een jubelende bespreking.

En eerlijk gezegd: ik wás al een tijdje nieuwsgierig naar Hemingway. Daar kookt immers Sander Doggen, wiens naam al regelmatig in mijn bijzijn was gevallen als aanstormend toptalent en die onder meer al in de keuken stond in Da Vinci. Tel daarbij dat je niet elke dag de gelegenheid krijgt om te lunchen in het oudste etablissement van Nederland--inderdaad bestaat De Draak al ruim zes eeuwen. Bovendien heb ik gewoon een zwak voor Hemingway. Genoeg redenen? Méér dan.

Spoiler: ik ben sinds 21 maart een uitgesproklen fan van de keuken van Sander Doggen. Deze jonge chefkok kent zijn klassiekers en houdt van streekspecialiteiten, en hij gebruikt die liefde en kennis om ze grondig te moderniseren. Het resultaat: gerechten die tegelijkertijd stukken lichtvoetiger en stukken oogstrelender zijn dan hun stamvaders. Wat hij allemaal in zijn mars heeft, wilde Doggen maar wát graag laten zien: de lunch, die kort na 13:00 uur startte, duurde naar verluidt tot na 18:00 uur--naar verluidt, want ik moest me wegens verplichtingen 's avonds vóór de koffie verontschuldigen zodat ik uiteindelijk niet de chocoladefriandises gemaakt door de dochter van directeur-eigenaar Frans Hazen heb kunnen proeven--en omvatte, als ik goed geteld heb, liefst elf gangen.

Hoe kun je de vederlichte hand van een chefkok beter illustreren dan met te zeggen dat deze uiterst bourgondische middagmaaltijd geen moment zwaar op de maag dreigde te gaan liggen? De finesse van de inrichting vindt een perfecte wederhelft in de finesse op het bord. Alles klopt, alles barst van de smaak, alles ziet er oogstrelend uit.

Na het bitterballetje van Bergse oesterzwam--zo ongeveer om de hoek bij het restaurant op koffiedik geteeld--dat de welkomstchampagne vergezelde, werden in een duizelingwekkende tour de force de prachtigste gerechten geserveerd. De gerookte paling en waldorfsalade waarmee werd afgetrapt zou je bijvoorbeeld zonder proeven niet als zodanig herkend hebben:


De hoogstandjes volgen elkaar bijna sneller op dan je als journalist kunt noteren. De combi kabeljauw met risotto, zoetzure venkel en antiboise blijkt een fotomodel op het bord en een erotische danseres op de tong. De ossenstaartbouillon, op smaak gebracht met angosturabitter en door de chef zelf aan tafel voorzien van schuim van champignons is in al zijn eenvoud een feestje waar je best een tweede keer heen wilt.





Voor de kreeft met spinazie in sublieme bisque mag je me op elk gewenst moment wakker maken. De zwezerik met knolselderij, aardappelchips en truffel is magnifiek. En als je lam zo perfect gegaard op weet te dienen, dan mag je er zijn als chefkok.



Willen we kaas of willen we eens proeven wat er qua dessert zoal op het repertoire van Sander Doggen staat, vraagt de maître. Vóór één van de genodigden een woord heeft kunnen uitbrengen, zegt Frans Hazen dat het ook allemaal mag. En kijk eens aan: daar blijkt niemand bezwaar tegen te hebben.




Zoals dat hoort is met name de afsluiter memorabel: yoghurt op verschillende manieren geserveerd met honing die--uiteraard--afkomstig is van een imker in de directe nabijheid.

Het klopte allemaal, en dat geldt ook voor de wijnen die bij de verschillende gerechten geserveerd werden. Zelden heb ik een lunch geproefd die overtuigender was, zelden heb ik zó weinig twijfel gehad dat de ambities die Frans Hazen voor zijn restaurant heeft--op korte termijn een Bib Gourmand en bij voorkeur op de iets langere termijn een ster--zonder meer haalbaar zijn.

Voor die Bib Gourmand moet je overigens als restaurant een menu van drie gangen kunnen serveren voor maximaal 37 euro. Dat is op dit niveau bepaald niet overdreven en het bewijst maar weer dat je om uitstekend te eten heus geen half weeksalaris hoeft mee te brengen.

En ik? Ik ga nog eens voor eigen rekening terug. Want die chocolade moet ik gewoon óók nog proeven. En ik weet al dat wat daaraan voorafgaat de trip naar Bergen op Zoom dubbel en dwars de moeite waard maakt.

P.S. Nieuwsgierig? Ik durf u inmiddels ook met een gerust hart naar de website van het restaurant te verwijzen. Dat was op 21 maart het laatste--ik bespaar u het screenshot*--dat er echt nog niet uitzag.

* (dat ik ook vergeten ben te maken)



18 maart 2016

Néé! Géén suikertaks!



Ik was acht jaar geleden geen voorstander van een vettaks, en ik ben nu al evenmin een voorstander van de suikertaks. Wel vind ik de stap die in Groot-Brittannië is gezet een heel positieve.

Zo. Dat was vast weer lekker verwarrend. Niet zo raar, want die verwarring is door de Nederlandse media voluit georganiseerd. Zowel stand.nl van Radio 1 als Eén Vandaag lanceerden de stelling dat een suikertaks of suikerbelasting "ook hier" ten spoedigste moest worden ingevoerd.

Ook hier? Eh... in Groot-Brittannië IS helemaal geen suikertaks ingevoerd. Er is een taks ingevoerd op suikerhoudende frisdrank--overigens helemaal niets nieuws want dat deed Frankrijk jaren geleden al, maar dat terzijde--en dat is echt heel wat anders.

Suiker, dat mag duidelijk zijn, zit in het verdomhoekje. Links en rechts op internet zie je gezondheidsgoeroes opstaan die luidkeels verkondigen dat ze suikervrij gaan eten en ons oproepen dat ook te doen. Dikke onzin allemaal, want suikervrij eten kán helemaal niet. Om de doodeenvoudige reden dat er werkelijk geen enkel natuurlijk voedingsproduct te vinden is waar geen suikers in zitten. Soms wat meer, soms flink minder, maar echt: het zit letterlijk OVERAL in. Zonder één uitzondering.

Suikers zijn geen vergif. Sterker, we hebben ze nodig. Suikers of koolhydraten zijn één van de drie zgn. macronutriënten die de pijler vormen van ons voedsel. De andere twee zijn vetten en eiwitten en wie één van de drie niet binnenkrijgt, die maakt het niet lang.

Wat wél een probleem begint te vormen, met name in het westerse voedingspatroon, is de hoeveelheid toegevoegde geraffineerde suiker in industriële producten. Geraffineerde suiker, daarvan gaat er wereldwijd per jaar 160 miljoen ton doorheen. Dat is 22,5 kg per hoofd van de wereldbevolking, 12,5% van onze totale calorieënbehoefte per jaar alléén aan geraffineerde suiker, en het grootste deel daarvan halen we in huis in de vorm van industriële voedingsproducten. Zoete, maar ook hartige. Probeer maar eens in de schappen van de super een tomatensoep te vinden waar geen flinke hoeveelheid suiker in zit.

Nu zit er in tomatensoep behalve die suiker in elk geval nog het nodige aan waardevols. Dat geldt voor heel wat andere producten waaraan geraffineerde suiker is toegevoegd. Maar voor één product geldt dat dan weer niet: frisdrank. Daarin zit werkelijk NIETS dat we nodig hebben (nou ja, behalve water natuurlijk, maar dat komt uit de kraan), en daarentegen heel veel waar we hoognodig eens wat minder van binnen zouden moeten krijgen: geraffineerde suiker. En niet zo'n beetje ook.

Dus even voor de duidelijkheid: een suikertaks is onzin, even onwenselijk als onhaalbaar. Net als vet kun je suiker niet belasten zonder allerlei essentiële, waardevolle voedingsstoffen méé te belasten.

Een taks op suikerhoudende frisdrank daarentegen? Wat mij betreft een prima idee! En dat bedoelden stand.nl en Eén Vandaag ook. Alleen moest je om daarachter te komen wel een stuk verder kijken dan de koppen.

Het zou overigens wel mooi zijn als de opbrengst van zo'n frisdranktaks weer rechtstreeks ten goede zou komen aan de volksgezondheid. In Groot-Brittannië gaat hij rechtstreeks naar de financiering van sport voor schoolkinderen. In Nederland zouden we kunnen denken aan de financiering van kooklessen inclusief wat elementaire voedingsleer op lagere scholen. Ga ik daar misschien wel vast een boekje voor schrijven.

12 februari 2016

Een pilletje van 500 calorieën


Gewoon even twee aanbevelingen zoals die momenteel van het Voedingscentrum komen:
1. Eet minder zout
2. Eet meer brood, want daar zit zout in

Zo. Snapt u het nog? Ik ook niet, eerlijk gezegd. Of ja, ik snap het wel: we hebben hier te maken met het zoveelste staaltje van simplisme, bedacht vanuit de overtuiging dat u het anders niet snapt. Of het allemaal nog logisch is, komt er daarbij minder op aan. Eigenlijk hebben ze bij het Voedingscentrum liever dat u gewoon netjes doet wat zij zeggen en niet te veel zelf over dingen nadenkt, want daar komt alleen maar narigheid van. En als ze dat niet denken, doen ze in elk geval verrekte goed alsof. Maar laat ik ter zake komen.

Gisteren verscheen in het Algemeen Dagblad een artikel met de kop “Wil je gezond blijven? Ontbijt liever met een boterham”. Hoogleraar schildklierziekten Robin Peeters van Erasmus MC had het helemaal gehad met dieetgoeroes die de boterham al jaren in de ban doen omdat het een ongezonde dikmaker zou zijn die te veel zout bevat. Geen brood eten, dát is volgens hem pas gevaarlijk. Zes boterhammen per dag moeten erin. Vooral zwangere vrouwen lopen het risico anders kinderen te krijgen met een lager IQ. Hoezo? Door een tekort aan jodium. De site Skipr maakte er zelfs een compleet drama van: “Ban op boterham schaadt ongeboren kind”, gilde men daar paniekerig.

Goed, even wat duiding. In brood zit over het algemeen jodium. In 1942 besloot de overheid namelijk het jodiumtekort onder de bevolking terug te dringen door bakkers te verplichten broodzout te gebruiken. Dat is in feite gewoon keukenzout (NaCl) waaraan per kg 70 tot 85 mg jodium is toegevoegd. In 2008 verviel deze verplichting en zijn bakkers zogenaamd bakkerszout gaan gebruiken, dat 50 tot 65 mg jodium per kg bevat.

In elke boterham zit 0,35 gram van dat bakkerszout. Met zes boterhammen heb je dus 2,1 gram zout binnen, dus ongeveer 35% van de dagelijkse maximale hoeveelheid. En via dat zout krijg je precies 150 microgram jodium binnen—dat is 150 miljoenste van een gram.

Duidelijk? Jodium zit niet van nature in brood (er zit niets "van nature" in brood want brood is een door de mens vervaardigd, samengesteld product). Het wordt erin gestopt. In feite krijgt u een jodiumpilletje toegediend. Maar dan wel één waar bijna 500 calorieën op meeliften (een kwart van uw dagelijkse behoefte en dan ligt er nog niets op), alsmede eenderde van de maximale hoeveelheid zout die u dagelijks zou mogen eten en waar veruit de meeste Nederlanders nog altijd ruim boven zitten. Dat geldt trouwens ook voor de calorieën.

Kan het anders? Als je het artikel in het AD leest, krijg je de indruk van niet. Er wordt in elk geval met geen woord gerept over alternatieven. En toch zijn die er wel degelijk.

150 microgram jodium per dag krijg je, laat ik daarover eerlijk zijn, met gewone voeding niet makkelijk binnen. Je moet er dagelijks 100 gram witvis (kabeljauw, wijting, schelvis) voor eten, of 300 gram vette vis (zalm, haring, makreel) of 400 gram platvis (schol, tong, schar). Ook met 8 eieren haal je de norm, of met waanzinnige hoeveelheden melk (ca. 3,5 liter), rood vlees (ca. 5 kg) of kaas (ca. 1 kg). De beste natuurlijke bron van jodium is echter zeewier, dat afhankelijk van de soort 16 tot bijna 3000 (!) microgram jodium per gram (!) bevat. Ja, bijvoorbeeld die nori die bij de bereiding van sushi wordt gebruikt--die de professor op de foto op zijn bord heeft liggen maar waar het artikel met geen woord over rept.

Zeewier wordt dus ook gebruikt als grondstof voor de fabricage van jodiumtabletjes, en er wordt het jodium uit gewonnen waarmee het bakkerszout is verrijkt. Dat vervolgens in brood wordt gestopt. Waar we zogenaamd niet zonder kunnen omdat we anders jodiumtekort krijgen. Ja? Duidelijk? We halen het jodium uit zeewier en stoppen het in brood. U eet dan voor 150 microgram jodium niet maximaal 28 calorieën en minder dan 0,009 gram natrium, maar bijna 500 calorieën en ruim 0,8 gram natrium.

Er is overigens nóg een manier om die 150 microgram jodium binnen te krijgen zonder één hap brood te eten. Daarvoor koopt u in een gewone winkel jodiumzout (bekend van de pakken met het opschrift JOZO, ze staan echt overal). Dat bevat net iets minder jodium dan bakkerszout, namelijk 50 mg per kilo. Hiervan moet u dus dagelijks 3 gram gebruiken om per dag aan de vereiste hoeveelheid jodium te komen—als u tenminste geen vis of eieren eet.

Gebruik dat zout in de keuken en let erop dat u die 3 gram daadwerkelijk binnenkrijgt, dus niet grotendeels met het kookwater weer wegspoelt. Eet daarnaast geen producten uit pakjes, bakjes en zakjes, want het zout dat daarin zit is géén jodiumzout en zo krijgt u toch weer te veel zout binnen—een risico dat u overigens ook loopt als u inderdaad dagelijks die zes boterhammen eet, met hun 2,1 gram zout.

Wie dat niet wil, heeft zelfs nóg andere alternatieven. Het gebruik van gejodeerd kaliumzout bijvoorbeeld, dat dus geen natrium bevat (de reden waarom we het zoutgebruik moeten beperken tot 6 gram per dag). Of desnoods het slikken van jodiumtabletjes, maar dan de variant van de drogist, zonder die 500 calorieën.

Eén vraag heb ik in dit stukje nog niet beantwoord en dat is wat ik nu eigenlijk vind van brood. Vind ik dat nou slecht of juist heel goed? Mag het niet of moet het juist?

Het antwoord ligt, zoals degenen weten die hier al langer meelezen, in het midden. Brood is absoluut geen vergif en wat mij betreft kun je het rustig eten, vooral als je het, zoals ik, lekker vindt. Maar ik vind het ook belangrijk om—zoals het Voedingscentrum nota bene zelf ook aanbeveelt—gevarieerd te eten, en dat kan niet wanneer je elke dag zes boterhammen naar binnen zou moeten werken. Dat betekent in de praktijk dat van je 21 wekelijkse maaltijden er 14 brood als basis zouden moeten hebben. Pure waanzin wat mij betreft, ook al omdat brood dus best veel calorieën levert, vrijwel uitsluitend uit koolhydraten (ik eet daarom per week één of maximaal twee broodmaaltijden, uitsluitend met goed brood van een échte bakker). Maar wie daar allemaal het fijne van wil weten moet—let op: schaamteloze plug—mijn Antidieetboek maar lezen. Dat is trouwens nog tot en met zondag 14 februari in de aanbieding: mijn twee boeken samen voor 20 euro, bij elke boekhandel in Nederland. Ik zou zeggen: sla uw slag.

Zo. En nu straks even kijken wat voor buitengewoon zinnigs Jelmer de Boer hierover allemaal te vertellen heeft. 

08 februari 2016

Wát? Natuurlijk voedsel ongezond??


Er waaide heel wat stof op omtrent het interview dat het Algemeen Dagblad had met prof. Tiny van Boekel afgelopen zaterdag. De kop loog er dan ook niet om: “Natuurlijk voedsel is ongezond”, stond er ongezouten te lezen. Dat was dan wel op de interneteditie van de krant, want in de papieren editie was de keus gevallen op een aanzienlijk minder sensationele headline. Daar hield men het bij “Met bewerkt voedsel is helemaal niets mis”.

Dat laatste is alvast terecht. Ik zal zelf de eerste zijn om te zeggen dat een kop liefst zo scherp moet zijn als een AH-mes—maar hij moet wel refereren aan iets dat daadwerkelijk gezegd is. En wie het artikel even leest, komt nergens de bewering tegen dat natuurlijk voedsel ongezond is. Zoiets zou Van Boekel, die een integer en deskundig man is, ook nooit zeggen. Het is onzin, klinkklare onzin uit de dikke duim van de koppenmaker en het is volkomen onbegrijpelijk dat het AD online nog altijd niet heeft gerectificeerd.

Toch is er ook op hetgeen Van Boekel wél heeft gezegd nog wel het één en ander af te dingen. Nee, ik ga niet roepen dat de professor moet worden opgehangen, zoals een enkeling op Twitter verhit uitriep. Dat zou niet alleen barbaars zijn, er is bovendien geen reden voor. De man geeft zijn mening en wat hij zegt klopt nog ook.

Huh? Klopt?

Ja, absoluut. Alles wat hij zegt klopt. Wat er rammelt aan het verhaal zit niet zozeer in wat hij zegt, als wel in wat hij weglaat. En de interviewer van het AD beschikte kennelijk niet over voldoende know-how om door te vragen en tegengas te geven. Dan krijg je dit soort artikelen, die naar mijn overtuiging niet gek veel doen om de lezer te informeren.

Om te beginnen is Van Boekel levensmiddelentechnoloog. Hij heeft er dus voor doorgeleerd om met voedsel te knutselen en is daar logischerwijs een groot voorstander van. Nu heeft knutselen met voedsel allerlei voordelen. Je kunt het houdbaarder maken, en goedkoper en zelfs veiliger. Maar is het daarmee per definitie gezonder? Nou ja, in een aantal opzichten. In een aantal andere opzichten dan weer niet per definitie. Ja, de waarheid is genuanceerd en dat is wel eens lastig.

Toch even wat tegenwerpingen. Neem het artikel er even bij, want dan fiets ik het even met u door.

Voeding die gifgroen en azuurblauw is, kunnen we die vertrouwen? Van Boekel stelt dat kleur een belangrijke eigenschap is waarop mensen hun voedsel beoordelen. Dat klopt als een bus. En wat doet de voedingsindustrie daarom? Ze houdt de consument voor de gek door voedsel een kunstmatige kleur te geven, zodat die essentiële informatie ons onthouden wordt. Je kunt dat een kwaliteit vinden—knap is het zeer zeker—maar of het voedsel daar beter van wordt? Ik vind daar iets van, waarde eetlezer, en u ongetwijfeld ook.

En nee, kaas groeit niet aan een boom. Het is een bewerkt product. Met bewerkingen kun je voedsel langer houdbaar en veiliger maken. Dat klopt allemaal. Grappig echter dat de professor dat nu juist zegt bij het voorbeeld van kaas, een product dat al menigmaal een hoofdrol heeft gespeeld in grootschalige voedselvergiftigingen. Betekent dat dat kaas slecht is? Nee. Het betekent dat je verrekte veel vertrouwen moet hebben in de werkwijze van degene die je je kaas levert. Ben je daarmee 100% veilig? Nee. Niet. Nooit. Simpel. Nooit meer kaas eten dan? Natuurlijk niet! Lees verder!

Tomatenpuree is gezonder dan verse tomaat, beweert Van Boekel. Die lycopenen krijgt ons darmstelsel namelijk niet uit een rauwe tomaat. Dat klopt inderdaad. Maar niemand zegt dat die tomatenpuree daarom uit een blikje moet komen. Je kunt ook zélf tomaten verhitten en er puree (of saus) van maken, en daar krijgen je darmen dan precies evenveel lycopenen uit als uit ingeblikte puree. Lekkerder? Zou kunnen—over smaak valt niet te twisten. Feit is dat er tomatenconserven zijn van prima kwaliteit. Ik gebruik ze zelf ook wel eens. Maar het hóeft dus niet, voor je gezondheid.

Dat pakje gedroogde soep, is dat gezonder dan soep die je zelf maakt van verse ingrediënten? Van Boekel vindt van wel. Maar hij praat dan puur vanuit een oogpunt van  voedselveiligheid. Droge stof kan inderdaad niet of in elk geval nauwelijks bederven. Maar er kan wél bijvoorbeeld veel te veel zout in zitten om nog gezond te zijn, en dat is ook niet zelden het geval. Bovendien bevatten dergelijke soepen notoir weinig van de gezonde ingrediënten die op de verpakking staan afgebeeld. Er is broccolisoep in de handel die minder dan 1% broccoli bevat. Is dat gezond? Je zult er niet meteen ziek van worden, nee. Maar hoe gezond blijf je als je je hele leven alleen maar dát eet? En overigens: droge soep is alleen maar veilig zo lang hij droog is. Zodra je ‘m in een pan klaarmaakt en verkeerd bewaart, wordt hij even riskant als verse soep. Je eigen keuken is altijd de zwakste schakel. Maar mensen kunnen veilig leren koken, al hebben ze daar met al dat industriële spul niet veel reden toe—denken ze mét de professor.

Doperwtjes uit blik, zijn die dan gezonder dan verse? Als je zelf groenten kookt, kook je ze gemakkelijk te lang, vindt Van Boekel. De vitaminen verdwijnen met het water in het afvoerputje. Is dat waar? Ja en nee. Het wordt om te beginnen minder waar naarmate je beter kunt koken. En het wordt nóg veel minder waar wanneer je die rare gewoonte loslaat om erwtjes en tal van andere groenten in water te koken, maar ze in plaats daarvan bijvoorbeeld smoort in boter. Of wokt. Of in de oven of koekenpan gaart. Allemaal kooktechnieken die veel meer smaak geven en waarbij je niets afgiet, zodat er niets door de afvoer verdwijnt. Zo simpel. Zou de professor dat allemaal nou niet weten?

Is er iets mis met een hamburger? Nee. Doodgewoon: nee. Er is wel vaak van alles mis met de sausjes waarmee de fastfoodindustrie de burgers overgiet. Die bevatten vaak behoorlijk wat suiker en zijn ook niet zelden extreem calorierijk. Ze zijn ook heel vaak te zout. Maar dat heeft allemaal niets met de hamburger te maken. Die is prima in orde, mits hij vers is en van eerlijk vlees gemaakt.

Van Boekel heeft gelijk: er lopen te veel mensen op de wereld rond. Het is vermoedelijk een illusie te denken dat we allemaal kunnen leven van biologische landbouw. Zo leven als de oermens kán eenvoudig niet meer. Maar dat betekent dus niet dat het per definitie beter is, laat dat duidelijk zijn. Ook al is het tot op zekere hoogte een noodzaak.

Het probleem is dat Van Boekel een technoloog is, en heel erg gefixeerd op veiligheid. Dat is een groot goed, maar je kunt er gemakkelijk mee overdrijven. Wie nooit uit zijn bed komt, valt nooit van de trap. Wie nooit buiten komt, glijdt nooit uit over ijzel. Wie nooit seks heeft, loopt nooit een SOA op. En wie alleen maar uit zakjes en blikjes eet, loopt minder kans op voedselvergiftiging.


Allemaal waar. Maar of we daarvan gelukkiger en zelfs gezonder worden? Het lijkt me niet. Er is in het leven echt nog méér dan veiligheid alleen. En dat had de interviewer professor Van Boekel toch echt wel iets krachtiger tegen mogen werpen.

05 februari 2016

Kinderen konfijten is gezond!


Hoe maak je je schoolkantine gezond? Het Voedingscentrum weet het, blijkens dit bericht dat gisteren langskwam op Twitter: je neemt een ongezonde schoolkantine en zet er als schaamlapje een schaal met appels en mandarijntjes neer. Presto!

Ongezond? Ja nou! Al even in die koelkast gekeken? Fristi, Chocomel, AA Drink en talloze fruityoghurtjes die zo'n heerlijk gezond imago hebben, maar intussen ook al bol staan van de toegevoegde suikers. Kinderen worden in deze schoolkantine dus net zo goed gekonfijt als overal elders. Al dan niet met Vinkje.

Dat Voedingscentrum zou zich de ogen uit het hoofd moeten schamen.

Overigens was het eerder van de week blijkens een item op prime time in het RTL Nieuws ook al "nieuws" dat kinderdrankjes zoals Wicky helemaal niet gezond zijn, maar eveneens tjokvol suiker zitten. De Volkskrant pakte er ook al groot mee uit.

Eh, hoezo nieuws? Waar hadden ze bij het RTL Nieuws en de Volkskrant hun ogen zitten in de afgelopen jaren?

Nee, zeg maar niets. Het hoort bij deze tijd. We wachten tot iemand in een persbericht schrijft dat iets nieuws is, en dan is het dus nieuws en brengen we het als zodanig. Of dat nu is dat er pas een jaar of twintig mierzoete drankjes worden verkocht met afbeeldingen van fruit op de verpakking om ze een gezond imago te geven of dat er weer een schoolkantine een gezonde schaal fruit heeft neergezet en nu een prachtig bord heeft gekregen.

Dat bord had het Voedingscentrum dus voor zijn hoofd mogen laten staan. En ik ga maar eens overwegen af en toe een persbericht uit te geven. Want er moeten een paar dingen eens hoognodig in het nieuws.

13 januari 2016

Dadelmineralen


Ja mensen, wie die onlangs bekend geworden dadelmineralen in een pilletje weet te proppen, die loopt binnen. Het wordt steeds gekker in januari: niet alleen meer vinden boeken die ons via chiazaadjes, smotthies en andere gekkigheid van de kerstkilo's beloven af te helpen gretig aftrek ("En? Welk dieet gaat er voor u alwéér niet werken dit jaar?"), ook supermarktketens als Plus laten zich niet onbetuigd met uit de dikke duim gezogen kolderverhalen. Wedden dat er weer hele volksstammen intrappen?

De waarheid over dadels? Die worden in Nederland in 99% van de gevallen in gekonfijte vorm gekocht. Lekker hoor. Maar calorieënbommen van jewelste. Iets voor héél af en toe dus.

Met je mineralen.

07 december 2015

Bespiegelingen bij een sterrengala

Natuurlijk was ik erbij, vandaag in Amsterdam. Er was heel wat gespeculeerd over een derde restaurant dat het hoogst haalbare zou weten te bereiken. Twee namen gonsden rond en ze werden het geen van tweeën--wat heel eerlijk gezegd overigens ook niet geheel onverwacht was. Michelin zelf had ook flink haast om die verwachtingen te temperen, want terwijl we nog ademloos zaten af te wachten of er misschien tóch, liep op mijn telefoon al het persbericht van Michelin binnen dat duidelijkheid gaf.

Was er dan helemaal niets dat opviel? Nou, wat mij betreft vooral het uitblijven van sterrenstatus voor restaurant Rijks, waar Joris Bijdendijk volgens menigeen toch wel op sterrenniveau kookt. Enfin, de wegen van Michelin zijn en blijven ondoorgrondelijk.

Het is desondanks wel mooi. Nederland blijft goed op koers. Voor de allereerste keer verloor er in Nederland geen enkel restaurant een ster--ook niet als er een nieuwe chefkok was aangetreden. Dat was bijvoorbeeld het geval voor Merlet in Schoorl, dat dit jaar Jonathan Zandbergen aantrok van Het Veerhuys in Almere. Overigens is dat volkomen terecht, want Zandbergen was al vóór de overstap links en rechts getipt.

Maar eigenlijk is er iets vreemds aan de hand. Er mochten acht chefs in Amsterdam het podium betreden ter gelegenheid van een nieuwe ster (hoewel twee van hen, waaronder de aan de telefoon vermakelijk koeltjes reagerende Mario Ridder van Joelia in Rotterdam, niet aanwezig waren), maar Zandbergen was daar niet bij: Merlet hád immers al een ster. Maar eigenlijk worden in de filosofie van Michelin natuurlijk de sterren veeleer uitgereikt aan de chefkoks dan aan hun restaurant, wat feitelijk ook volkomen logisch is. Waarom wordt dit dan niet geformaliseerd door elke chef die voor het eerst een ster kookt even zijn momentje in de schijnwerpers te gunnen? Denk er eens over na, Michelin.

Nog één ding viel me op tijdens het gala: tijdens zijn inleidende praatje had internationaal directeur van de Michelingids Michael Ellis het voortdurend over "customers" en niet over "guests". Wat bijzonder is, want als je het in de Nederlandse horecawereld over "klanten" hebt, word je doorgaans meteen bestraffend toegesproken: die mensen zijn gasten! Mag ik het daar op deze plek dan nogmaals mee oneens zijn? Hoe banaal ook, maar iemand die tegen betaling iets van je afneemt, is gewoon een klant. Klanten mogen verwachtingen koesteren, hebben rechten en zijn mondige wezens--ze hoeven zich niet eender wat te laten aanleunen, dit in tegenstelling tot gasten op wie beleefdheidsregels van toepassing zijn en die vooral niet openlijk teleurgesteld mogen zijn. Het is leuke folklore, maar niet meer van deze tijd, iets wat men eigenlijk alleen in Nederland nog altijd maar niet schijnt te willen inzien.

Na al deze filosofie--die mij vast niet door iedereen onverdeeld in dank zal worden afgenomen maar ik schrijf gelukkig niet om vrienden te maken--nog even het lijstje van de nieuwe sterren die het Nederlandse totaal op 117 brengen:

2 sterren:
- De Groene Lantaarn, Zuidwolde

1 ster:
- De Heeren van Harinxma, Beetsterzwaag
- Zarzo, Eindhoven
- De Swarte Ruijter, Holten
- Het Roode Koper, Leuvenum
- Joelia, Rotterdam
- Aan de Zweth, Schipluiden
- Strandlodge, Winterswijk



13 november 2015

Obsceen van Deen


De Richtlijnen Goede Voeding 2015--ik ga het er nog over hebben, want er is veel waar ik blij mee ben maar op een aantal puntjes is er toch weer wat teleurstelling--zijn amper een paar dagen oud of supermarkt Deen heeft al zijn eigen manier om aan damage control te doen.

Let wel: deze innovatie van de supermarktgigant komt in de week dat research uitwijst dat bijna één op de vier Nederlanders uiteindelijk diabetes type 2 zal ontwikkelen als rechtstreeks gevolg van overgewicht.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen blijkt andermaal een wassen neus als er grof geld kan worden verdiend aan scholieren, een fijn beïnvloedbaar volkje. Hopelijk zet de Gemeente Almere in de omgeving van de twee vestigingen grotere vuilnisbakken neer waar de scholieren hun van huis meegekregen boterhammen in kunnen weggooien. Anders krijgen we nog rommel ook.

(screenshot van www.levensmiddelenkrant.nl)

26 oktober 2015

Brekend nieuws (weer eens)


Het RIVM haalde vandaag nog maar weer eens alle grote media. Met nieuws? Nou nee, want het was een oud verhaal waar heel mediatiek Nederland zich als een roedel Pavlov-honden op stortte: we eten te veel zout en we zouden veel gezonder zijn als we ermee minderden. Klinkt bekend? Terecht, want dit bericht wordt zowat elk jaar in vette persberichten de wereld in geslingerd, en men is bij de media kennelijk erg kort van memorie.
Voor de duidelijkheid: op zich is het alarm terecht. Het is een feit dat veruit de meeste Nederlanders veel te zout eten. Dat mag je op zich best vaak zeggen ook. Het is alleen jammer dat de aanbevelingen waar het allemaal in uitmondt zo halfhartig blijven.
De industrie gaat heus niet zo snel het zoutgehalte in knutselvoer verlagen, dat heeft de ervaring inmiddels toch ruimschoots aangetoond. Het gaat allemaal met kleine stapjes, want de consument mag vooral niet te veel merken van een veranderde smaak. Dan zou hij namelijk wel eens een concurrerend product kunnen gaan kopen. Kun je niet hebben als voedingsgigant.
Waarom wordt er niet klip en klaar gezegd dat er enorme winst te behalen is door uitsluitend of tenminste grotendeels puur en onbewerkt voedsel te eten? Omdat de voedingsindustrie niet tegen de haren mag worden ingestreken? Ik vrees dat dat de voornaamste reden is. Alsof we onderhand niet genoeg ervaring hebben met dat concept van publiek-private samenwerking dat dus gewoon niet werkt. Vinkjes, godbetere!
En dan is er nog brood. Hoe kun je dat zoutverhaal nou serieus nemen als het Voedingscentrum nog steeds vertelt dat we elke dag (!!) zes à zeven (!!!!) volkoren boterhammen moeten eten? En waarom moeten we dat eten? Voor de vezels, ja, maar ook omdat veel Nederlanders jodiumtekort hebben en volkoren brood heel veel gejodeerd zout (!!!!!!) bevat. Intussen lift er op die waanzinnige hoeveelheid brood ook nog eens allerlei al even zout beleg mee.
Nee, dat schiet niet op. Zo lang de gezamenlijke Nederlandse voedingsvoorlichting het laaghangende fruit laat hangen (geen Cup-a-Soup elke dag om vier uur, dát zou schelen!) gaat het gewoon niks worden met de gezonder etende Nederlander. Wat overigens helaas niet alleen voor zout geldt.
Maak eens werk van een échte aanpak, zou ik zeggen!

11 augustus 2015

Over engelen en demonen


Interessant idee op Twitter vandaag. Na de Vinkjes een waarschuwing in duidelijke taal, speciaal voor Coca-Cola, hoewel ik vermoed dat dat goedje hier symbool staat voor alle frisdranken en misschien wel voor alle industriële producten waaraan suiker is toegevoegd. Jurgen vindt het een goed idee. Ik niet.

Eerst even de boodschap zelf: schadelijk voor je gezondheid, je wordt er dik van. Dat is heel erg kort door een groot aantal bochten:

Ten eerste: van alle voedsel en van heel veel dranken "word je dik". Voedsel bevat namelijk calorieën.
Ten tweede: het is niet ongezond calorieën op te nemen. Sterker, als je dat niet doet, raak je ondervoed met uiteindelijk de dood tot gevolg.
Ten derde: of je van Coca-Cola dik wordt, hangt heel erg af van de frequentie waarmee je het drinkt en de hoeveelheid. Wie één keer per maand of zelfs week één glas Coca-Cola drinkt, zal daar niet noemenswaardig dikker van worden.
Ten vierde: zelfs wie heel veel Coca-Cola drinkt en dat vervolgens zou vervangen door druivensap, wordt daarvan niet minder dik. Sterker: die zal nog sneller dik worden, aangezien druivensap méér suikers en calorieën bevat dan Coca-Cola.
Ten vijfde: er bestaan eenvoudig geen ongezonde voedingsproducten. Er bestaan alleen maar ongezonde eetpatronen. Het is zeker een feit dat je niets tekort komt als je helemaal geen Coca-Cola drinkt, maar dat geldt voor bijvoorbeeld thee en koffie ook. En nog voor een heleboel andere producten.
Ten zesde: zelfs water drinken kan ongezond zijn. Wie daarvan in een paar minuten een paar liter naar binnen werkt, riskeert acuut te overlijden doordat de elektrolytenbalans in de hersenen dan grondig om zeep is.

Je ziet het vaak, dit soort denken in engeltjes- en duiveltjesvoedsel. Engeltjesvoedsel dat heet "altijd goed" te zijn, terwijl duiveltjesvoedsel "altijd fout" is. Dat is een hardnekkige misvatting. Appels gezond? Ja, zeker--regelmatig een appel en afgewisseld met andere producten, en liefst niet vlak vóór of na het tandenpoetsen. Elke dag vijf appels? Beetje veel van het goede en een beetje erg eenzijdig. Elke dag alléén maar appels? Gekkenwerk natuurlijk, en een garantie voor ondervoeding door gebrek aan tal van micronutriënten.

Feit: alles wat je eet of drinkt betekent dat je iets anders NIET eet of drinkt. Vooral daarin schuilt gevaar. Gevarieerd eten is een must. Dus niet steeds naar hetzelfde grijpen--wat overigens veel drinkers van Coca-Cola wel degelijk doen. Maar hetzelfde geldt voor tal van andere populaire producten, en die zijn niet eens allemaal afkomstig uit de voedingsindustrie.

Mijn overtuiging: wie elke dag veel verse groente en fruit eet (minstens 200 gram en twee stuks maar liefst nog wat méér) en zichzelf daarbij af en toe verwent met een glas Coca-Cola leeft gezonder dan wie vrijwel uitsluitend frikandellen met friet, Happy Meals, Chicken Tonight of Knorr Wereldmenu's eet en nooit een druppel Coca-Cola drinkt. Want zelfs Coca-Cola kan passen in een gezond eetpatroon--zij het in heel bescheiden hoeveelheden. Net als druivensap trouwens.


04 augustus 2015

Eh, Coca-Cola, wat ik vragen wou...


... wordt er dan ooit wel eens iets gezoet met ingrediënten van NIET-natuurlijke oorsprong?

Nee hè? Dacht ik al.

01 juni 2015

Maar waarom??


We hadden al eerder Blue Band met roombotersmaak. Nu dus dit. Los van de vraag waarom in vresenaam kunnen de weddenschappen open: wanneer krijgen we van Unilever roomboter met Blue Band-smaak?

05 maart 2015

Sapjes en apekool


Fijn nieuws van de NOS, en nog eens lekker woordspelig gebracht bovendien: "groentesap groeit als kool", kopt de Nationale Omroepstichting. Om voort te varen: "Groente komt steeds vaker terecht in een glas in plaats van op een bord".

De NOS schrijft zoiets niet zo maar. Dat doet ze op gezag van iemand die het weten kan: Paul van der Meer van de firma Really Good Juices. Deze ondernemer die van groentesap zijn verdienmodel heeft gemaakt, weet het wel: de mensen willen gemak. En "door de sapjes te drinken, neem je de minimaal aanbevolen dosis tot je".

Iemand anders naar een mening vragen vond de NOS kennelijk niet zo nodig. Jammer, want de heer Van der Meer kletst--vermoedelijk met eurotekens in de ogen--uit zijn nek. Wie een glas groentesap drinkt, krijgt geen groente binnen, maar een groente-extract. Een deel van de waardevolle stoffen uit de groente, maar ook een heel groot deel niet. Wat erbij inschiet, zijn onder meer de vezels--en laten die nou juist een heel belangrijke reden zijn voor die dagelijks aanbevolen dosis.

Maar ja, de mensen willen een kroket bij de lunch. En als je daar dan een glas sap achteraan giet, heb je in elk geval de illusie dat je gezond eet. Niet zo extreem als die mevrouw die voor haar kind paprikachips kocht in plaats van gewone, want dan kreeg het alvast wat groente binnen--dat heb ik ooit iemand in een supermarkt serieus horen zeggen--maar nog steeds een illusie.

Vers groentesap is GEEN goede manier om groente binnen te krijgen. Het is wel een goede manier om veel geld te verdienen terwijl je mensen laat DENKEN dat ze groente binnenkrijgen. Er zijn heel veel uitstekende redenen om je groenten met een vork tot je te nemen in plaats van door een rietje.

Jammer dat de NOS kennelijk zo lui is geworden dat ze alleen de partij aan het woord laat waar de kassa rinkelt. In mijn komende Anti-Dieetboek (verschijnt bij Het Spectrum op 3 juni a.s.) leg ik onder meer uit waarom je groentesap en andere vloeibare prutjes op basis van groenten toch maar vooral niet te serieus moet nemen in je voedingspatroon. Nog even geduld.





13 februari 2015

Milnergate


"Milner is uitgeroepen tot de lekkerste kaas van Nederland in de Nationale Kaastest 2014. Een panel van foodbloggers testte zeven veelverkochte belegen kazen blind op smaak, structuur, zoutheid en bite. Milner verse gerijpte kaas werd daarbij als lekkerste beoordeeld en mag zich daarmee de lekkerste kaas van Nederland noemen".

Het stond er zó maar, paginagroot in alle landelijke dagbladen, in december. Ik was bij lange na niet de enige die erover viel. Een grote groep culi-collega's besloot, na een dagje verhit heen en weer getwitter, dat we maar eens in de praktijk moesten kijken hoe dit nu mogelijk was. In een paar weken was het rond: de testrapporten opgevraagd, een locatie geregeld (het schitterende keldertje van kaasboer Kef aan de Amsterdamse Marnixstraat waar fantastische kazen te vinden zijn), de zeven kazen uit het testrapport aangekocht met nog een zestal zelfgekozen, een testprotocol opgezet en een onpartijdige blinde proeverij volgens de regelen der kunst opgezet. Dit alles gebeurde vandaag, op vrijdag de dertiende.

Het panel bestond bepaald niet uit lichtgewichten. Jacques Hermus, Teun van de Keuken, Nicolaas Klei, Onno Kleyn, Karin Luiten, Jeroen Thijssen, Hiske Versprille, Janneke Vreugdenhil, Sylvia Witteman en uw eigen Eetschrijver lieten hun smaakpapillen overuren draaien, tussentijds trouw aan het testprotocol neutraliserend met water en plakjes komkommer.

De verschillen waren groot, zeer groot. De dertien jong belegen kazen--waaronder alle kazen die ook in de eerste Nationale Kaastest hadden meegedraaid--werden een eerste keer blind geproefd en kregen een eerste beoordeling die het gewogen gemiddelde was van de individuele cijfers van de proevers, die overigens zelden ver uiteen liepen. Na die eerste ronde mochten de beste vijf kazen mee in een tweede ronde, waar ze een individuele ranking kregen.

De uitslag zag er fors anders uit dan die van de eerste Nationale Kaastest. De winnaar daar, Milner, kwam niet eens in de topvijf voor en haalde zelfs niet bij iedereen de toptien: hij kreeg van niemand een hoger cijfer dan een drie en veel goeds werd er ook niet over gezegd.

De winnaar van de dag bleek de jong belegen Remeker te zijn, eveneens een kaas die in de eerste test had meegedraaid en daar in de middenmoot was geëindigd. De officiële uitslag van vandaag:

     1. Remeker* 84 punten
     2. Kinderdijk met vegetarisch stremsel 81 punten
     3. Bastiaansen* 77 punten
     4. Leerdammer* 67 punten
     5. De Zwaluw 58 punten

De overige kazen kregen geen ranking. U zult het moeten doen met mijn eigen strikt persoonlijke rangorde, waarbij moet worden aangetekend dat alle bovenvermelde kazen, met uitzondering van nummer 4 (die ik zelf een 5 had gegeven) ook in mijn eigen rangorde aanzienlijk hoger scoorden:

     6. Campina Boer en Land* score 6
     7. Zuivelboerderij Noordam score 5,5
     8. Beemster* score 3
     8. Maaslander* score 3
    10. Milner* score 2,5
    11. Delta mild* score 2
    11. AH boerenkaas 48+ score 2
    13. Zaanse Hoeve 48+ score 1

        * zaten in de eerste Nationale Kaastest

Valt er nu te verwachten dat op deze nieuwe kaastest een paginagrote advertentie zal volgen om te melden dat Remeker kaas bij nader inzien de lekkerste van Nederland is? Vermoedelijk niet--de producent van Remeker is niet zo kapitaalkrachtig. Maar hij maakt wél de lekkerste kaas. Tenminste, volgens bovenvermeld tiental. Men zegge het voort: er is recht gedaan!






28 januari 2015

Februari: Eetschrijver On Tour



Is het al te laat om u een gelukkig nieuwjaar te wensen, eetlezer? Zó nieuw is dat jaar tenslotte niet meer. Maar u moet weten dat ik me de hele maand januari hoofdzakelijk heb verschanst in de dakstudio van mijn pittoreske eetschrijverswoninkje om daar in razend tempo aan mijn volgende boek te werken. Dat boek is nu, op wat wieden en polijsten na, klaar en verschijnt komende zomer. De titel staat nu eindelijk ook definitief vast: "Het anti-dieetboek: afvallen zonder kuren of andere fratsen volgens Eetschrijver". Ik vertel daarin niet alleen hoe ikzelf in 18 maanden ruim dertig kilo (!) overtollig gewicht kwijtraakte, maar ook waarom de voedings- en de dieetindustrie liever niet willen dat ik u dat vertel. De prijs is nog niet bekend, maar de voorintekeningen zijn desondanks al informeel geopend. Een mailtje naar eetschrijven (zie link in de kolom rechts) is voldoende.

En nu ga ik in februari op toernee. Nogal uitgebreid zelfs. Uitgebreid genoeg voor een klein kalendertje. Ik geef toe: dat heb ik nog niet eerder gedaan, maar nu is er zowaar reden toe.

Donderdag 5 februari 14:00 uur
Vrijdag 6 februari 13:30 uur
Zaterdag 7 februari 12:00 uur
Zondag 8 februari 12:00 uur

Nationale Gezondheidsbeurs, Jaarbeursplein, Utrecht. Viermaal een live one-on-one talkshow van een half uur gepresenteerd door Martine Hauwert, met ruimschoots gelegenheid tot interrumperen met vragen en opmerkingen. Aansluitend signeersessie. De nadruk ligt op mijn in september verschenen boek "Weg van de supermarkt", maar er is ook aandacht voor mijn komende boek.

Win tweemaal twee vrijkaarten voor de gezondheidsbeurs: mail naar Eetschrijven (zie link in de kolom rechts) en vertel welke vraag jij tijdens de talkshow zou willen stellen over écht eten, al dan niet uit de supermarkt.

Zondag 15 februari, 16:00 uur

Okura Hotel, Ferdinand Bolstraat, Amsterdam. Een culinair college (organisatie Onno Kleyn) van ca. twee uur rond het thema "In de klem tussen de voedings- en de dieetindustrie". Veel informatie over hoe het aanbod uit de supermarkt van invloed is op onze gezondheid en over hoe de voedings- en de dieetindustrie elkaar in stand houden.

Lezerskorting! Als u bij het bestellen van de kaarten de kortingscode "Eetschrijver2015" gebruikt, betaalt u geen € 24,50, maar slechts € 20,-- per persoon. Die kortingscode is overigens geldig voor alle vier de colleges uit de cyclus. Ik beveel ze van harte aan en woon ze zelf ook bij!

Donderdag 19 februari, 17:00 - 18:00-  19:00 uur  locatie Eemnes
Donderdag 19 februari, 21:00 - 22:00 - 23:00 uur  locatie Hoogblokland

Scheiwijk voor Fijnproevers: eetcultuur met een sterretje langs de A27. Op de voorlaatste donderdag van februari een gevarieerd programma met en door Eetschrijver rond het boek "Weg van de supermarkt":
- de wereldprimeur van "De Supermarktblues", geschreven en live uitgevoerd door Eetschrijver
- exclusief live interview met H. Piekema (onder voorbehoud)
- Eetschrijver Gaat Los: stand-up comedy
- aansluitend: signeersessies

Win een Meet & Eat met de auteur of één van de twee gesigneerde exemplaren van zijn boek. Alle informatie vanaf 2 februari op de Facebookpagina van Scheiwijk voor Fijnproevers!





24 december 2014

Ceci n'est pas un foodblog


Bestaat dit blog eigenlijk nog wel? Nou, ja dus. En nee, ook. Ik ben er in 2006, een eeuwigheid geleden alweer op de online-tijdschaal, mee begonnen om mezelf als eetschrijver in de etalage te zetten. Dat is gelukt. Zo goed gelukt, dat ik momenteel bijna voortdurend tijd tekort kom om er nog iets aan te doen. En tegelijk is het natuurlijk mijn kindje geworden--enfin, die verzuchting kent u, lezer. Ik zal er u niet nog eens mee vervelen. Maar dat er hier nog maar heel sporadisch iets nieuws te zien is, zal niemand ontgaan zijn.

Dat heeft ook nog een andere reden: de huidige inhoud van het begrip "foodblog". Nog niet eens zo heel lang geleden voelde ik geen enkele schroom om deze stek op het internet zo te noemen. Dat is inmiddels wel anders. Want het fenomeen "foodblog" is aan een jammerlijke devaluatie onderhevig en is wat mij betreft niet langer meer een eerbiedwaardig instituut.

Nee, meer en meer foodblogs blijken bedoeld om een grijpstuiver mee te verdienen. En dan niet in de zin van een opstapje vormen voor serieuze journalistieke ambities, maar steeds meer als verkapt reclamemedium. En laat ik eerlijk zijn: dat is er bedroevend vaak aan te zien ook.

Van de zomer ben ik ook eens korte tijd in contact geweest met een bureau dat zich specifiek toelegde op foodblogmarketing, zoals die momenteel kennelijk als paddenstoelen uit de grond schieten. Ik kreeg één of twee dozen toegestuurd met producten van grotendeels industriële partijen. Ze gingen vergezeld van de mededeling dat er voor degene die er het leukste blogje over wist te schrijven--zoiets was het--een vliegreisje naar een prettig oord in het verschiet lag. Het gevolg: een lawine aan blogberichtjes waaruit je maar een zinnetje hoefde te knippen en in Google te plakken om te begrijpen dat er klakkeloos persberichten werden overgeschreven in de hoop bij de marketeers in de gunst te komen. Goed, aan dat soort kolder doe je dus als serieus professional niet mee en het is dus geen wonder dat ik kennelijk uit het mailbestand ben geschrapt. Mooi zo.

Je ziet die golven van onderling uitwisselbare berichten op foodblogs steeds vaker. Zo was in de zomer van 2014 duidelijk te zien dat de mensen van Het Vinkje een charme-offensief waren begonnen om de negatieve sfeer rondom hun label te counteren. Prompt verschenen er aan alle kanten berichten van blogmeisjes (het begrip is inmiddels nogal pejoratief jargon geworden) die kirrend van genoegen meldden dat ze zó maar voor een "kritisch gesprek" waren uitgenodigd en daardoor tot het inzicht waren gekomen dat die Vinkjes toch wel héél erg goed waren. Lex van FOODbazar, iemand bij wie kwaliteit wél centraal staat en die wars is van marketeersgeleuter, schreef er een scherp stukje over.

Maar die charme-offensieven vanuit Big Food en Big Advertising zijn nog maar het topje van de ijsberg. Eind november wist het reclamevakblad Adformatie te melden dat bloggen "steeds lucratiever" werd. Hoe dan? Nou, bloggers blijken zich keihard te laten betalen voor positieve kopij, met name in de segmenten beauty en vooral food. Als je als lezer geluk hebt, vind je ergens onderaan die postjes een melding dat het om gesponsorde content gaat (dikwijls met een vergoelijkende riedel in de trant dat men natúúrlijk "nooit schrijft over producten waar men niet zelf achter staat"), niet zelden blijft die ook achterwege. Ga dan nog maar eens ontdekken welk deel van de blogosphere aan de kant van de producent staat en welk aan de kant van de consument. Of, om nog maar een amusant concept van vroeger aan te halen, van de waarheidsvinding.

Nog maar gisteren kreeg ik een link toegestuurd waarin Albert Heijn uitpakt met heerlijke kerstmenu's. Die waren afkomstig van foodbloggers die een royale doos toegestuurd hadden gekregen om te kunnen testen. De testuitslagen vielen--o wonder--zo bij AH in de smaak dat ze één op één geschikt waren voor een pagina boordevol productpromotie. Kritiek? Nergens één woord.

Eveneens gisteren deed zich #milnergate voor. Een paginagrote advertentie in de landelijke dagbladen meldde dat in een tot dusver onbekende "Nationale Kaastest" Milner 30+ was uitgeroepen tot "lekkerste kaas van Nederland". De jury bestond uit een "panel van foodbloggers", niet nader genoemd overigens. Kan dit serieus genoemd worden? Nee, sorry. Ik wil niet meteen brullen dat ik Milner niet te vreten vind, maar de lekkerste kaas van Nederland? Echt niet.

Is dat allemaal erg? Ja, dat vind ik wel. Want in een wereld waarin betaalde journalistiek--in de zin van beroepsjournalisten die hun boterham verdienen met het objectief uitzoeken van zaken ten behoeve van de lezer--steeds meer terrein verliest aan het vrij toegankelijke internet, wordt het steeds belangrijker dat wat er op dat internet te vinden is, nog enigszins informatief en vooral kritisch is. Want waar ook de scholen steeds meer "informatie" van snelle reclamejongens betrekken en zo'n Voedingscentrum overduidelijk nog steeds uit de hand eet van Big Food (ja jongens, kom maar op met die dagvaarding), is het des te belangrijker dat we tenminste nog ergens échte eerlijke informatie vandaan kunnen halen. Dus zonder dat een positief verhaal is geruild voor centen, douceurtjes, freebies en snoepreisjes.

Ik zal dus in de toekomst hier echt nog wel af en toe--en liefst wat vaker dan nu--een stukje blijven neerzetten, maar ik wens vanaf nu dus nadrukkelijk géén foodblogger meer genoemd te worden. Noem me dan maar liever ouderwets. Dat ben ik ook, en daar ben ik nog trots op ook.






31 oktober 2014

Kaasfondue met geredde peren


De herfst is--vandaag weliswaar voor de derde keer dit jaar, als je de sociale media mag geloven--definitief aangebroken. Wind en regen geselen mijn pittoreske eetschrijverswoninkje en waar ik nog maar 48 uur geleden zin had in een zomersalade op een terras, wil ik nu troostvoer. Kaasfondue!

Nu ga ik één ding niet doen, en dat is stukjes brood in die kaasfondue dompelen. Dat is namelijk wel érg machtig. En bovendien: brood is lekker, maar ik heb gisteren al brood gegeten. Dat hoeft dus weer even een paar dagen niet. En dat treft, want kaasfondue kan veel lichter en lekkerder, en we doen er nog een goede daad mee ook. Juist: we dompelen er stukjes peer in!

Peren, daar zitten we in Nederland nogal mee sinds ene Vladimir P. te M. boos op ons is. Ze zijn weliswaar niet gebakken, maar dreigen wel door gebrek aan afzetmarkt weg te rotten en daar zal het feit dat de buren van voornoemde heer P. ze sinds vandaag wel van ons willen hebben niet meteen al te veel aan veranderen.

Peren dus. Zorgt u wel dat u Nederlandse koopt, en liefst niet die van de super omdat de telers daar nóg niet altijd even veel beter van worden? En dan gewoon schillen en dompelen in een kaasfondue die u eveneens zelf maakt--omdat het een fluitje van een cent is, stukken lekkerder en u ook weet wat u moet doen om te voorkomen dat het lekkers in rubber verandert.

Lekker hoor! Morgen op tafel in Huize Eetschrijver! En ja, ik weet het: ik deed het in 2008 ook al zo. Maar toen las nog niet iedereen mee, en bovendien hebben we er nu gewoon extra veel reden voor.





23 september 2014

Eet meer!


Een buitengewoon frisse aansporing, "eet meer", zeker in een tijd waarin iedereen het onderhand lijkt te hebben over de wenselijkheid minder te eten. Van wie komt deze aanbeveling? Ach, natuurlijk: van Karine Hoenderdos. We hadden het kunnen weten.

Hoenderdos zorgt al jarenlang voor een verfrissend geluid in eetland Nederland. Tegendraads met een solide basis van vak- en feitenkennis, je komt het niet vaak tegen. Dit boek laat uitstekend zien waarom die combi zo broodnodig is: geen slaafse navolging van de voedingsadviezen die je van officiële kant al krijgt, maar ook geen woeste, op allerlei vage complottheorieën gebaseerde, bangmakerij compleet met hele tritsen verboden en geboden.

Van die laatste is Karine Hoenderdos niet zo. Door het hele boek heen hangt een sfeer van "doe er allemaal vooral niet al te benauwd over en maak het vooral niet té belangrijk". Zelf noemt de auteur haar boek "100% goeroevrij" en raad ze elke lezer aan zijn eigen goeroe te worden. Daarmee heb je het voornaamste punt te pakken waarin dit boek verschilt van de meeste andere in zijn genre.

De in het boek gegeven adviezen gaan uit van de "PuurGezond-piramide". Van de gelijknamige website is Hoenderdos al sinds jaar en dag één van de pijlers. PuurGezond breekt een lans voor natuurlijke voeding zonder toevoegingen en fabrieksmatig geknutsel. Margarine kom je dan ook in het boek niet tegen: boter is de norm waar het om het besmeren van de boterham gaat--een boterham die, in weerwil van wat momenteel de hype is, nog steeds zijn rechtmatige plaats heeft, zij het met het advies niet altijd alleen maar tarwebrood te nemen. Variatie is immers heel belangrijk!

Het fijnste aan het boek is de vrolijke toonzetting. Eten hoort een plezier te zijn en dat is het ook, getuige de 70 recepten en 14 dagmenu's (bedoeld, zo staat er duidelijk bij, als inspiratie en niet om slaafs te volgen), en niet te vergeten de 88 tips voor een PuurGezond leven. Tip 72: "In 5 minuten kun je een halve zak chips leegeten, maar je kunt ook dansen op twee vrolijke liedjes, een smoothie maken, wat pushups doen of een sinaasappel pellen en eten". Juist. Van die dingen. Fijn boek!

Kleine tip: aanstaande zondag 28 september begeleidt auteur Karine Hoenderdos de Luisterlunch op Kasteel Groeneveld. Kosten per persoon € 30,-- voor lunch van drie gangen, wijn en koffie. Aansluitend signeert de auteur haar boek, dat voor deelnemers verkrijgbaar is met 10% korting op de normale prijs van € 19,95. Er zijn nog enkele plaatsen; alle informatie en het mailadres voor reserveringen vindt u hier.

Eet meer! Lekker in je vel met PuurGezond
Karine Hoenderdos
Uitgeverij Scriptum
176 blz.
Adviesprijs € 19,95
ISBN 978-90-822543-0-3




Labels:

21 augustus 2014

Een boerenmarktplein


Het zal weinigen van u, waarde eetlezers, zijn ontgaan dat ik een boek heb geschreven. Ja, ook omdat sinds een goed jaar de frequentie van mijn postjes hier nog verder is gedaald, en wel tot druppelniveau, zult u opmerken. Daar hebt u dan gelijk in. Ik hoop het met “Weg van de supermarkt”  allemaal een beetje goed te maken bij u. Ik vind met mijn legendarische bescheidenheid zelf dat het best een heel leesbaar boek is geworden. Maar dat mag u zelf beoordelen; het verschijnt over enkele weken.

Tijdens het schrijven van het boek ontdekte ik iets opmerkelijks: dat het nog altijd grote moeite kost om op internet informatie te vinden over leveranciers van wat ik voor het gemak maar even onder de noemer “echt en eerlijk eten” zal samenvatten. Wat er te vinden is, is versplinterd, onvolledig en niet zelden ook onbetrouwbaar. Ik heb meer dan eens voor de deur van een niet meer bestaande boerderijwinkel gestaan.

Omdat ik meende dat het toch niet zo moeilijk kon zijn om dat allemaal wat beter en professioneler aan te pakken, besloot ik zelf de handen uit de mouwen te steken. Het resultaat daarvan is nu in zijn prille vorm te vinden op www.boerenmarktplein.nl. Ik hoop die in de komende tijd te kunnen vullen met informatie over waar er in Nederland buiten de supermarkt om aan goed eten te komen is.

Daarbij kan ik uw hulp goed gebruiken, want ook ú kent natuurlijk fijne adresjes. Die winkel met bijzondere producten, die ambachtelijke producent van lekkere worst, die boerderijwinkel waar de karnemelk nog smaakt zoals vroeger, die boerenmarkt waar je je arm koopt als je niet uitkijkt, die leverancier van boerderijproducten aan huis die elke week weer zorgt voor fijne menu’s uit uw keuken.


Wat ik wil zeggen: ga er eens kijken. En deel vooral uw geheime tips. Al was het alleen maar omdat een leverancier van echt en eerlijk eten die meer bekendheid krijgt, ook makkelijker de strijd met de super kan volhouden. Win-win!